Naar de inhoud

inzuigen

(met de mond, door capillaire werking etc.) zuigend in zich opnemen

inzuigen

werkwoord

Betekenis

  1. (met de mond, door capillaire werking etc.) zuigend in zich opnemen

werkwoord

  1. zuigend in zich opnemen transitive

Vervoeging van inzuigen

inzuigenhele werkwoord — zoog inverleden tijd enkelvoud — zogen inverleden tijd meervoud — ingezogenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zuig in zoog in
jij zuigt in zoog in
hij, zij, het zuigt in zoog in
wij zuigen in zogen in
jullie zuigen in zogen in
zij zuigen in zogen in
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingezogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingezogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingezogen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingezogen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingezogen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingezogen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingezogen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingezogen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingezogen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingezogen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingezogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingezogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingezogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingezogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingezogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingezogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingezogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingezogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingezogen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingezogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingezogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingezogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingezogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingezogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingezogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te zuigen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen zuigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal zuigen bijzin, toekomende tijd
in zou zuigen bijzin, voorwaardelijk
in zouden zuigen bijzin, voorwaardelijk
in zoudt zuigen bijzin, voorwaardelijk
in zullen zuigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen zuigen bijzin, toekomende tijd
in zult zuigen bijzin, toekomende tijd
ingezogen verleden tijd, deelwoord
ingezogen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingezogen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingezogen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingezogen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingezogen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingezogen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingezogen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingezogen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingezogen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingezogen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inzogen bijzin, verleden tijd
inzoog bijzin, verleden tijd
inzuig bijzin, tegenwoordige tijd
inzuigend onvoltooid, deelwoord
inzuigt bijzin, tegenwoordige tijd
is ingezogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingezogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben ingezogen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inzuigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingezogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingezogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingezogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingezogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingezogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingezogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingezogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingezogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingezogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingezogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingezogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingezogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingezogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingezogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingezogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingezogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingezogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingezogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingezogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingezogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ingezogen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingezogen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingezogen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingezogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingezogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingezogen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingezogen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inzuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inzuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inzuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inzuigen bijzin, toekomende tijd
zijn ingezogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingezogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingezogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingezogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zoog in verleden tijd
zou ingezogen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingezogen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingezogen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingezogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingezogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingezogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingezogen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingezogen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingezogen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inzuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inzuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inzuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inzuigen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inzuigen in zou(dt) zuigen bijzin, voorwaardelijk
zouden ingezogen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingezogen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingezogen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingezogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingezogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingezogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingezogen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingezogen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingezogen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inzuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inzuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inzuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inzuigen bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingezogen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingezogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingezogen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inzuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inzuigen bijzin, voorwaardelijk
zuig in gebiedende wijs
zullen ingezogen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingezogen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingezogen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingezogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingezogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingezogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingezogen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingezogen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingezogen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen inzuigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inzuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inzuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inzuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inzuigen bijzin, toekomende tijd
zult ingezogen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van in en zuigen

Woordfamilie van inzuigen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingezogen voltooid deelwoord inzuigen
inzogen subordinate-clause, verleden tijd inzuigen
inzoog subordinate-clause, verleden tijd inzuigen
inzuig subordinate-clause, tegenwoordige tijd inzuigen
inzuige with-subordinate-clause inzuigen
inzuigend onvoltooid deelwoord inzuigen
inzuigende woordvorm inzuigen
inzuigt subordinate-clause, tegenwoordige tijd inzuigen
zogen in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inzuigen
zoog in verleden tijd inzuigen
zuig in gebiedende wijs inzuigen
zuige in woordvorm inzuigen
zuigen in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inzuigen
zuigt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inzuigen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inzuigen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over inzuigen

Wat betekent inzuigen?
Inzuigen is een werkwoord. Het woord betekent: (met de mond, door capillaire werking etc.) zuigend in zich opnemen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je inzuigen?
Je vervoegt inzuigen als volgt: het voltooid deelwoord is ingezogen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inzuigen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. Z 4
  4. U 4
  5. I 1
  6. G 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inzuigen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. Z 5
  4. U 2
  5. I 2
  6. G 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 zonder bonus
  10. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

inzuigen in het kort

inzuigen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van inzuigen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort inzuigen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

inzuigen: (met de mond, door capillaire werking etc.) zuigend in zich opnemen
Deel inzuigen — standaardnederlands.nl