inzouten
werkwoordBetekenis
- door middel van zout conserveren, in zout inleggen
Vervoeging van inzouten
inzoutenhele werkwoord — zoutte inverleden tijd enkelvoud — zoutten inverleden tijd meervoud — ingezoutenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zout in | zoutte in |
| jij | zout in | zoutte in |
| hij, zij, het | zout in | zoutte in |
| wij | zouten in | zoutten in |
| jullie | zouten in | zoutten in |
| zij | zouten in | zoutten in |
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ingezouten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingezouten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ingezouten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingezouten | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingezouten | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingezouten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingezouten worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingezouten zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingezouten worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingezouten zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingezouten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingezouten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingezouten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingezouten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingezouten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingezouten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingezouten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingezouten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingezouten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingezouten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingezouten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingezouten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingezouten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingezouten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingezouten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te zouten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen zouten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal zouten | bijzin, toekomende tijd |
| in zou zouten | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden zouten | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt zouten | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen zouten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen zouten | bijzin, toekomende tijd |
| in zult zouten | bijzin, toekomende tijd |
| ingezouten | verleden tijd, deelwoord |
| ingezouten te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingezouten te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingezouten te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingezouten te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingezouten te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingezouten worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingezouten zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingezouten zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingezouten zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingezouten zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| inzout | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inzoutend | onvoltooid, deelwoord |
| inzoutte | bijzin, verleden tijd |
| inzoutten | bijzin, verleden tijd |
| is ingezouten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingezouten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben ingezouten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen inzouten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingezouten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingezouten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingezouten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingezouten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingezouten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingezouten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingezouten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingezouten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingezouten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingezouten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingezouten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingezouten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingezouten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingezouten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ingezouten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingezouten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingezouten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingezouten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingezouten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingezouten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ingezouten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingezouten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingezouten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ingezouten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingezouten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingezouten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingezouten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal inzouten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal inzouten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal inzouten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal inzouten | bijzin, toekomende tijd |
| zijn ingezouten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingezouten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingezouten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingezouten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ingezouten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingezouten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingezouten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ingezouten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingezouten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingezouten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingezouten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingezouten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingezouten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou inzouten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou inzouten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou inzouten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou inzouten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) inzouten in zou(dt) zouten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingezouten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingezouten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingezouten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingezouten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingezouten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingezouten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingezouten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingezouten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingezouten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden inzouten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden inzouten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden inzouten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden inzouten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingezouten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingezouten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingezouten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt inzouten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt inzouten | bijzin, voorwaardelijk |
| zout in | gebiedende wijs |
| zoutte in | verleden tijd |
| zullen ingezouten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingezouten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingezouten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingezouten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingezouten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingezouten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingezouten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingezouten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingezouten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen inzouten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen inzouten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen inzouten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen inzouten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen inzouten | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingezouten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ingezouten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van in en zouten
Woordfamilie van inzouten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ingezouten | voltooid deelwoord | inzouten |
| inzoutend | onvoltooid deelwoord | inzouten |
| inzoutende | woordvorm | inzouten |
| inzoutte | subordinate-clause, verleden tijd | inzouten |
| inzoutten | subordinate-clause, verleden tijd | inzouten |
| zout in | gebiedende wijs | inzouten |
| zoute in | woordvorm | inzouten |
| zouten in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | inzouten |
| zoutte in | verleden tijd | inzouten |
| zoutten in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | inzouten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inzouten zijn vastgelegd.