inzepen
werkwoordBetekenis
- met zeep insmeren
Vervoeging van inzepen
inzepenhele werkwoord — zeepte inverleden tijd enkelvoud — zeepten inverleden tijd meervoud — ingezeeptvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zeep in | zeepte in |
| jij | zeept in | zeepte in |
| hij, zij, het | zeept in | zeepte in |
| wij | zepen in | zeepten in |
| jullie | zepen in | zeepten in |
| zij | zepen in | zeepten in |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ingezeept | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingezeept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ingezeept | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingezeept | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingezeept | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingezeept | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingezeept worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingezeept zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingezeept worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingezeept zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingezeept | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingezeept | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingezeept | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingezeept | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingezeept | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingezeept | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingezeept | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingezeept | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingezeept | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingezeept | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingezeept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingezeept | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingezeept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingezeept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingezeept | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te zepen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen zepen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal zepen | bijzin, toekomende tijd |
| in zou zepen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden zepen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt zepen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen zepen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen zepen | bijzin, toekomende tijd |
| in zult zepen | bijzin, toekomende tijd |
| ingezeept | verleden tijd, deelwoord |
| ingezeept te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingezeept te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingezeept te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingezeept te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingezeept te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingezeept worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingezeept zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingezeept zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingezeept zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingezeept zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| inzeep | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inzeept | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inzeepte | bijzin, verleden tijd |
| inzeepten | bijzin, verleden tijd |
| inzepend | onvoltooid, deelwoord |
| is ingezeept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingezeept | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben ingezeept | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen inzepen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingezeept | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingezeept | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingezeept | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingezeept | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingezeept | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingezeept | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingezeept | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingezeept | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingezeept | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingezeept | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingezeept | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingezeept | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingezeept | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingezeept | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ingezeept | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingezeept | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingezeept | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingezeept | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingezeept | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingezeept | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ingezeept hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingezeept hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingezeept hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ingezeept worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingezeept worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingezeept zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingezeept zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal inzepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal inzepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal inzepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal inzepen | bijzin, toekomende tijd |
| zeep in | gebiedende wijs |
| zeepte in | verleden tijd |
| zijn ingezeept | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingezeept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingezeept | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingezeept | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ingezeept hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingezeept hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingezeept hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ingezeept worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingezeept worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingezeept worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingezeept zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingezeept zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingezeept zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou inzepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou inzepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou inzepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou inzepen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) inzepen in zou(dt) zepen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingezeept hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingezeept hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingezeept hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingezeept worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingezeept worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingezeept worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingezeept zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingezeept zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingezeept zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden inzepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden inzepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden inzepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden inzepen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingezeept hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingezeept worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingezeept zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt inzepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt inzepen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingezeept hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingezeept hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingezeept hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingezeept worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingezeept worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingezeept worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingezeept zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingezeept zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingezeept zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen inzepen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen inzepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen inzepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen inzepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen inzepen | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingezeept hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van in en zepen
Woordfamilie van inzepen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ingezeept | voltooid deelwoord | inzepen |
| ingezeepte | woordvorm | inzepen |
| inzeep | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inzepen |
| inzeept | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inzepen |
| inzeepte | subordinate-clause, verleden tijd | inzepen |
| inzeepten | subordinate-clause, verleden tijd | inzepen |
| inzepe | with-subordinate-clause | inzepen |
| inzepend | onvoltooid deelwoord | inzepen |
| inzepende | woordvorm | inzepen |
| zeep in | gebiedende wijs | inzepen |
| zeept in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | inzepen |
| zeepte in | verleden tijd | inzepen |
| zeepten in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | inzepen |
| zepe in | woordvorm | inzepen |
| zepen in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | inzepen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inzepen zijn vastgelegd.