Naar de inhoud

inweven

bij of door weven aanbrengen in

inweven

werkwoord

Betekenis

  1. bij of door weven aanbrengen in
  2. invoegen, inlassen

Vervoeging van inweven

inwevenhele werkwoord — weefde inverleden tijd enkelvoud — weefden inverleden tijd meervoud — ingewevenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik weef in weefde in
jij weeft in weefde in
hij, zij, het weeft in weefde in
wij weven in weefden in
jullie weven in weefden in
zij weven in weefden in
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingeweven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingeweven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingeweven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingeweven impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingeweven impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingeweven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingeweven worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingeweven zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingeweven worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingeweven zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingeweven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingeweven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingeweven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingeweven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingeweven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingeweven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingeweven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingeweven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingeweven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingeweven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingeweven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingeweven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingeweven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingeweven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingeweven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te weven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen weven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal weven bijzin, toekomende tijd
in zou weven bijzin, voorwaardelijk
in zouden weven bijzin, voorwaardelijk
in zoudt weven bijzin, voorwaardelijk
in zullen weven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen weven bijzin, toekomende tijd
in zult weven bijzin, toekomende tijd
ingeweven verleden tijd, deelwoord
ingeweven te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingeweven te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingeweven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingeweven te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingeweven te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingeweven worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingeweven zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingeweven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingeweven zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingeweven zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inweef bijzin, tegenwoordige tijd
inweefde bijzin, verleden tijd
inweefden bijzin, verleden tijd
inweeft bijzin, tegenwoordige tijd
inwevend onvoltooid, deelwoord
is ingeweven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingeweven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben ingeweven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inweven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingeweven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingeweven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingeweven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingeweven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingeweven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingeweven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingeweven voltooid, verleden tijd, derde persoon
weef in gebiedende wijs
weefde in verleden tijd
werd ingeweven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingeweven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingeweven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingeweven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingeweven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingeweven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingeweven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingeweven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingeweven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingeweven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingeweven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingeweven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingeweven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ingeweven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingeweven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingeweven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingeweven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingeweven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingeweven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingeweven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inweven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inweven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inweven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inweven bijzin, toekomende tijd
zijn ingeweven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingeweven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingeweven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingeweven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingeweven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingeweven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingeweven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingeweven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingeweven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingeweven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingeweven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingeweven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingeweven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inweven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inweven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inweven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inweven bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inweven in zou(dt) weven bijzin, voorwaardelijk
zouden ingeweven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingeweven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingeweven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingeweven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingeweven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingeweven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingeweven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingeweven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingeweven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inweven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inweven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inweven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inweven bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingeweven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingeweven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingeweven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inweven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inweven bijzin, voorwaardelijk
zullen ingeweven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingeweven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingeweven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingeweven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingeweven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingeweven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingeweven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingeweven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingeweven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen inweven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inweven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inweven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inweven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inweven bijzin, toekomende tijd
zult ingeweven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van in en weven

Woordfamilie van inweven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingeweven voltooid deelwoord inweven
inweef subordinate-clause, tegenwoordige tijd inweven
inweefde subordinate-clause, verleden tijd inweven
inweefden subordinate-clause, verleden tijd inweven
inweeft subordinate-clause, tegenwoordige tijd inweven
inweve with-subordinate-clause inweven
inwevend onvoltooid deelwoord inweven
inwevende woordvorm inweven
weef in gebiedende wijs inweven
weefde in verleden tijd inweven
weefden in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inweven
weeft in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inweven
weve in woordvorm inweven
weven in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inweven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inweven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over inweven

Wat betekent inweven?
Inweven is een werkwoord. Het woord betekent: bij of door weven aanbrengen in. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je inweven?
Je vervoegt inweven als volgt: het voltooid deelwoord is ingeweven. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inweven is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. W 5
  4. E 1
  5. V 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inweven levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 115 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. W 5
  4. E 1
  5. V 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 zonder bonus
  9. 115 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

inweven telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

inweven in het kort

inweven staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van inweven zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort inweven bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

inweven: bij of door weven aanbrengen in
Deel inweven — standaardnederlands.nl