inwerken
werkwoordBetekenis
- uitwerking hebben, invloed hebben
- in een materie thuis laten worden
- al werkend aanbrengen
Vervoeging van inwerken
inwerkenhele werkwoord — werkte inverleden tijd enkelvoud — werkten inverleden tijd meervoud — ingewerktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | werk in | werkte in |
| jij | werkt in | werkte in |
| hij, zij, het | werkt in | werkte in |
| wij | werken in | werkten in |
| jullie | werken in | werkten in |
| zij | werken in | werkten in |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ingewerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingewerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ingewerkt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingewerkt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingewerkt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingewerkt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingewerkt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingewerkt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingewerkt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingewerkt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingewerkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingewerkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingewerkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingewerkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingewerkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingewerkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingewerkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingewerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingewerkt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingewerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingewerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingewerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingewerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingewerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingewerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te werken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen werken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal werken | bijzin, toekomende tijd |
| in zou werken | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden werken | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt werken | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen werken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen werken | bijzin, toekomende tijd |
| in zult werken | bijzin, toekomende tijd |
| ingewerkt | verleden tijd, deelwoord |
| ingewerkt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingewerkt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingewerkt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingewerkt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingewerkt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingewerkt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingewerkt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingewerkt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingewerkt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingewerkt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| inwerk | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inwerkend | onvoltooid, deelwoord |
| inwerkt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inwerkte | bijzin, verleden tijd |
| inwerkten | bijzin, verleden tijd |
| is ingewerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingewerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben ingewerkt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen inwerken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingewerkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingewerkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingewerkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingewerkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingewerkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingewerkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingewerkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingewerkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingewerkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingewerkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingewerkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingewerkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingewerkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingewerkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werk in | gebiedende wijs |
| werkte in | verleden tijd |
| word ingewerkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingewerkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingewerkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingewerkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingewerkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingewerkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ingewerkt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingewerkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingewerkt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ingewerkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingewerkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingewerkt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingewerkt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal inwerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal inwerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal inwerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal inwerken | bijzin, toekomende tijd |
| zijn ingewerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingewerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingewerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingewerkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ingewerkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingewerkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingewerkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ingewerkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingewerkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingewerkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingewerkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingewerkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingewerkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou inwerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou inwerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou inwerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou inwerken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) inwerken in zou(dt) werken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingewerkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingewerkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingewerkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingewerkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingewerkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingewerkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingewerkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingewerkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingewerkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden inwerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden inwerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden inwerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden inwerken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingewerkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingewerkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingewerkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt inwerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt inwerken | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingewerkt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingewerkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingewerkt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingewerkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingewerkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingewerkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingewerkt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingewerkt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingewerkt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen inwerken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen inwerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen inwerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen inwerken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen inwerken | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingewerkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van in en werken
Woordfamilie van inwerken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ingewerkt | voltooid deelwoord | inwerken |
| ingewerkte | woordvorm | inwerken |
| inwerk | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inwerken |
| inwerke | with-subordinate-clause | inwerken |
| inwerkend | onvoltooid deelwoord | inwerken |
| inwerkende | woordvorm | inwerken |
| inwerkt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inwerken |
| inwerkte | subordinate-clause, verleden tijd | inwerken |
| inwerkten | subordinate-clause, verleden tijd | inwerken |
| werk in | gebiedende wijs | inwerken |
| werke in | woordvorm | inwerken |
| werken in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | inwerken |
| werkt in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | inwerken |
| werkte in | verleden tijd | inwerken |
| werkten in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | inwerken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inwerken zijn vastgelegd.