invriezen
werkwoord ˈɪɱvrizə(n)Betekenis
- voor langdurige bewaring op een zeer lage temperatuur (ca. -20 oC) brengen
Hoe spreek je invriezen uit?
/ˈɪmvrizən/
Invriezen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| m | maan |
| v | vis |
| r | rood |
| i | riet |
| z | zon |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- voor langdurige bewaring op een zeer lage temperatuur (ca. -20 ᵒC) brengen transitive
Vervoeging van invriezen
invriezenhele werkwoord — vroor inverleden tijd enkelvoud — vroren inverleden tijd meervoud — ingevrorenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vries in | vroor in |
| jij | vriest in | vroor in |
| hij, zij, het | vriest in | vroor in |
| wij | vriezen in | vroren in |
| jullie | vriezen in | vroren in |
| zij | vriezen in | vroren in |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ingevroren | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingevroren | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ingevroren | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingevroren | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingevroren | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingevroren | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingevroren worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingevroren zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingevroren worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingevroren zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingevroren | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingevroren | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingevroren | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingevroren | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingevroren | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingevroren | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingevroren | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingevroren | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingevroren | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingevroren | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingevroren | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingevroren | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingevroren | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingevroren | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingevroren | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te vriezen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen vriezen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal vriezen | bijzin, toekomende tijd |
| in zou vriezen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden vriezen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt vriezen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen vriezen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen vriezen | bijzin, toekomende tijd |
| in zult vriezen | bijzin, toekomende tijd |
| ingevroren | verleden tijd, deelwoord |
| ingevroren te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingevroren te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingevroren te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingevroren te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingevroren te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingevroren worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingevroren zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingevroren zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingevroren zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingevroren zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| invries | bijzin, tegenwoordige tijd |
| invriest | bijzin, tegenwoordige tijd |
| invriezend | onvoltooid, deelwoord |
| invroor | bijzin, verleden tijd |
| invroren | bijzin, verleden tijd |
| is ingevroren | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingevroren | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben ingevroren | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen invriezen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vries in | gebiedende wijs |
| vroor in | verleden tijd |
| waart ingevroren | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingevroren | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingevroren | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingevroren | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingevroren | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingevroren | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingevroren | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingevroren | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingevroren | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingevroren | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingevroren | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingevroren | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingevroren | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingevroren | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ingevroren | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingevroren | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingevroren | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingevroren | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingevroren | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingevroren | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ingevroren hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingevroren hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingevroren hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ingevroren worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingevroren worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingevroren zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingevroren zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal invriezen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal invriezen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal invriezen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal invriezen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn ingevroren | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingevroren | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingevroren | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingevroren | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ingevroren hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingevroren hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingevroren hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ingevroren worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingevroren worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingevroren worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingevroren zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingevroren zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingevroren zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou invriezen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou invriezen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou invriezen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou invriezen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) invriezen in zou(dt) vriezen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingevroren hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingevroren hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingevroren hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingevroren worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingevroren worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingevroren worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingevroren zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingevroren zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingevroren zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden invriezen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden invriezen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden invriezen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden invriezen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingevroren hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingevroren worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingevroren zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt invriezen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt invriezen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingevroren hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingevroren hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingevroren hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingevroren worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingevroren worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingevroren worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingevroren zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingevroren zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingevroren zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen invriezen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen invriezen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen invriezen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen invriezen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen invriezen | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingevroren hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van in bw en vriezen ww
Woordfamilie van invriezen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ingevroren | voltooid deelwoord | invriezen |
| invries | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | invriezen |
| invriest | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | invriezen |
| invrieze | with-subordinate-clause | invriezen |
| invriezend | onvoltooid deelwoord | invriezen |
| invriezende | woordvorm | invriezen |
| invroor | subordinate-clause, verleden tijd | invriezen |
| invroren | subordinate-clause, verleden tijd | invriezen |
| vries in | gebiedende wijs | invriezen |
| vriest in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | invriezen |
| vrieze in | woordvorm | invriezen |
| vriezen in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | invriezen |
| vroor in | verleden tijd | invriezen |
| vroren in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | invriezen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van invriezen zijn vastgelegd.