Naar de inhoud

invreten

zich ~ bijtend binnendringen, corroderen, aantasten

invreten

werkwoord

Betekenis

  1. zich ~ bijtend binnendringen, corroderen, aantasten
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van invreten

invretenhele werkwoord — vrat inverleden tijd enkelvoud — vraten inverleden tijd meervoud — ingevretenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vreet in vrat in
jij vreet in vrat in
hij, zij, het vreet in vrat in
wij vreten in vraten in
jullie vreten in vraten in
zij vreten in vraten in
Alle 94 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is ingevreten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingevreten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingevreten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingevreten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingevreten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingevreten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingevreten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingevreten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingevreten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingevreten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingevreten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingevreten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingevreten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingevreten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingevreten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingevreten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingevreten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingevreten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingevreten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingevreten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingevreten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingevreten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingevreten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te vreten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen vreten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal vreten bijzin, toekomende tijd
in zou vreten bijzin, voorwaardelijk
in zouden vreten bijzin, voorwaardelijk
in zoudt vreten bijzin, voorwaardelijk
in zullen vreten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen vreten bijzin, toekomende tijd
in zult vreten bijzin, toekomende tijd
ingevreten verleden tijd, deelwoord
ingevreten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingevreten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
invrat bijzin, verleden tijd
invraten bijzin, verleden tijd
invreet bijzin, tegenwoordige tijd
invretend onvoltooid, deelwoord
te hebben ingevreten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen invreten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vrat in verleden tijd
vreet in gebiedende wijs
vreet u/je in, vreet je in gebiedende wijs
zal ingevreten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingevreten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingevreten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal invreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal invreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal invreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal invreten bijzin, toekomende tijd
zal me invreten eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal zich invreten derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je invreten tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich ingevreten hebben verleden tijd
zich invretend onvoltooid, deelwoord
zou ingevreten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingevreten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingevreten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou invreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou invreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou invreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou invreten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) invreten in zou(dt) vreten bijzin, voorwaardelijk
zouden ingevreten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingevreten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingevreten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden invreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden invreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden invreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden invreten bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingevreten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt invreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt invreten bijzin, voorwaardelijk
zullen ingevreten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingevreten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingevreten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen invreten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen invreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen invreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen invreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen invreten bijzin, toekomende tijd
zullen je invreten tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons invreten eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen zich invreten derde persoon, toekomende tijd, meervoud
zult ingevreten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult invreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult invreten bijzin, toekomende tijd
zult u invreten tweede persoon
zult u invreten tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zult zich/u invreten tweede persoon
zult zich/u invreten tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zult/zal invreten in zult/zal vreten bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van in en vreten

Woordfamilie van invreten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingevreten voltooid deelwoord invreten
invrat subordinate-clause, verleden tijd invreten
invraten subordinate-clause, verleden tijd invreten
invreet subordinate-clause, tegenwoordige tijd invreten
invrete with-subordinate-clause invreten
invretend onvoltooid deelwoord invreten
invretende woordvorm invreten
vrat in verleden tijd invreten
vraten in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon invreten
vreet in gebiedende wijs invreten
vrete in woordvorm invreten
vreten in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon invreten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van invreten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over invreten

Wat is de betekenis van invreten?
Invreten is een werkwoord. De betekenis is: zich ~ bijtend binnendringen, corroderen, aantasten. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik invreten?
Zo vervoeg je invreten zo: het voltooid deelwoord is ingevreten. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord invreten is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. V 4
  4. R 2
  5. E 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

invreten levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. V 4
  4. R 2
  5. E 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 zonder bonus
  10. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

invreten in het kort

invreten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van invreten staan er 62 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort invreten bij een woordfamilie van 12 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

invreten: zich ~ bijtend binnendringen, corroderen, aantasten
Deel invreten — standaardnederlands.nl