investeren
werkwoordBetekenis
- aanwenden met een productieve bestemming
- besteden aan
Vervoeging van investeren
investerenhele werkwoord — investeerdeverleden tijd enkelvoud — investeerdenverleden tijd meervoud — geïnvesteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | investeer | investeerde |
| jij | investeert | investeerde |
| hij, zij, het | investeert | investeerde |
| wij | investeren | investeerden |
| jullie | investeren | investeerden |
| zij | investeren | investeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geïnvesteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geïnvesteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geïnvesteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geïnvesteerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geïnvesteerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geïnvesteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geïnvesteerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geïnvesteerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geïnvesteerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geïnvesteerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geïnvesteerd | verleden tijd, deelwoord |
| geïnvesteerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geïnvesteerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geïnvesteerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïnvesteerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïnvesteerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïnvesteerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geïnvesteerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geïnvesteerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geïnvesteerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geïnvesteerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geïnvesteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geïnvesteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geïnvesteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geïnvesteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geïnvesteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geïnvesteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geïnvesteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geïnvesteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïnvesteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geïnvesteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïnvesteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geïnvesteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geïnvesteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïnvesteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïnvesteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| investeer | gebiedende wijs |
| investeerde | verleden tijd |
| investere | aanvoegende wijs |
| investerend | onvoltooid, deelwoord |
| is geïnvesteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geïnvesteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben geïnvesteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te investeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen investeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geïnvesteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geïnvesteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geïnvesteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geïnvesteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geïnvesteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geïnvesteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geïnvesteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geïnvesteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geïnvesteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geïnvesteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geïnvesteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geïnvesteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geïnvesteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geïnvesteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geïnvesteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geïnvesteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geïnvesteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geïnvesteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geïnvesteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geïnvesteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geïnvesteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïnvesteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geïnvesteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geïnvesteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïnvesteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geïnvesteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïnvesteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal investeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal investeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal investeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geïnvesteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geïnvesteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geïnvesteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geïnvesteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geïnvesteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïnvesteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïnvesteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geïnvesteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïnvesteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geïnvesteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïnvesteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïnvesteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïnvesteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou investeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou investeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou investeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geïnvesteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geïnvesteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geïnvesteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geïnvesteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geïnvesteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geïnvesteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geïnvesteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geïnvesteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geïnvesteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden investeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden investeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden investeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geïnvesteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geïnvesteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geïnvesteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt investeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geïnvesteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geïnvesteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geïnvesteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geïnvesteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geïnvesteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geïnvesteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geïnvesteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geïnvesteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geïnvesteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen investeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen investeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen investeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen investeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geïnvesteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geïnvesteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geïnvesteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult investeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘beleggen’ voor het eerst aangetroffen in 1937
Woordfamilie van investeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geïnvesteerd | voltooid deelwoord | investeren |
| geïnvesteerde | woordvorm | investeren |
| investeer | gebiedende wijs | investeren |
| investeerde | verleden tijd | investeren |
| investeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | investeren |
| investeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | investeren |
| investere | aanvoegende wijs | investeren |
| investerend | onvoltooid deelwoord | investeren |
| investerende | woordvorm | investeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van investeren zijn vastgelegd.