Naar de inhoud

investeren

aanwenden met een productieve bestemming

investeren

werkwoord

Betekenis

  1. aanwenden met een productieve bestemming
  2. besteden aan

Vervoeging van investeren

investerenhele werkwoord — investeerdeverleden tijd enkelvoud — investeerdenverleden tijd meervoud — geïnvesteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik investeer investeerde
jij investeert investeerde
hij, zij, het investeert investeerde
wij investeren investeerden
jullie investeren investeerden
zij investeren investeerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geïnvesteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geïnvesteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geïnvesteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geïnvesteerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geïnvesteerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geïnvesteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geïnvesteerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geïnvesteerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geïnvesteerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geïnvesteerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geïnvesteerd verleden tijd, deelwoord
geïnvesteerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geïnvesteerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geïnvesteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïnvesteerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïnvesteerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïnvesteerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geïnvesteerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geïnvesteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geïnvesteerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geïnvesteerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geïnvesteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geïnvesteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geïnvesteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geïnvesteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geïnvesteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geïnvesteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geïnvesteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geïnvesteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïnvesteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geïnvesteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïnvesteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geïnvesteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geïnvesteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïnvesteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïnvesteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
investeer gebiedende wijs
investeerde verleden tijd
investere aanvoegende wijs
investerend onvoltooid, deelwoord
is geïnvesteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geïnvesteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben geïnvesteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te investeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen investeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geïnvesteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geïnvesteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geïnvesteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geïnvesteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geïnvesteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geïnvesteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geïnvesteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geïnvesteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geïnvesteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geïnvesteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geïnvesteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geïnvesteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geïnvesteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geïnvesteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geïnvesteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geïnvesteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geïnvesteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geïnvesteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geïnvesteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geïnvesteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geïnvesteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïnvesteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geïnvesteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geïnvesteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïnvesteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geïnvesteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïnvesteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal investeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal investeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal investeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geïnvesteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geïnvesteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geïnvesteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geïnvesteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geïnvesteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïnvesteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïnvesteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geïnvesteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïnvesteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geïnvesteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïnvesteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïnvesteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïnvesteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou investeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou investeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou investeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geïnvesteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïnvesteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïnvesteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geïnvesteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geïnvesteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geïnvesteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geïnvesteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïnvesteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïnvesteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden investeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden investeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden investeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geïnvesteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geïnvesteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geïnvesteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt investeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geïnvesteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïnvesteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïnvesteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geïnvesteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geïnvesteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geïnvesteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geïnvesteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïnvesteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïnvesteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen investeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen investeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen investeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen investeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geïnvesteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geïnvesteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geïnvesteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult investeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘beleggen’ voor het eerst aangetroffen in 1937

Woordfamilie van investeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geïnvesteerd voltooid deelwoord investeren
geïnvesteerde woordvorm investeren
investeer gebiedende wijs investeren
investeerde verleden tijd investeren
investeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon investeren
investeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon investeren
investere aanvoegende wijs investeren
investerend onvoltooid deelwoord investeren
investerende woordvorm investeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van investeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over investeren

Wat is de betekenis van investeren?
Investeren is een werkwoord. De betekenis is: aanwenden met een productieve bestemming. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik investeren?
Zo vervoeg je investeren zo: de tegenwoordige tijd is investeer, de verleden tijd is investeerde en het voltooid deelwoord is geïnvesteerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord investeren is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. V 4
  4. E 1
  5. S 2
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

investeren levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. V 4
  4. E 1
  5. S 2
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 zonder bonus
  12. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

investeren in het kort

investeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van investeren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort investeren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

investeren: aanwenden met een productieve bestemming
Deel investeren — standaardnederlands.nl