geldbelegging
zelfstandig naamwoord ˈɣɛldbəˌlɛɣɪŋBetekenis
- een vorm van investering waarbij geld wordt vastgelegd voor langere of kortere tijd met als doel om in de toekomst financieel voordeel te behalen
Hoe spreek je geldbelegging uit?
/ˈxɛldbəˌlɛxɪŋ/
Geldbelegging bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ɛ | bed |
| l | land |
| d | dak |
| b | bak |
| ə | de |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| geldbeleggingen | meervoud |
| geldbelegginkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| geldbelegginkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van geld zn en belegging zn
Woordfamilie van geldbelegging
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geldbeleggingen | meervoud | geldbelegging |
| geldbelegginkje | verkleinwoord | geldbelegging |
| geldbelegginkjes | verkleinwoord meervoud | geldbelegging |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van geldbelegging zijn vastgelegd.