intrigeren
werkwoordBetekenis
- interesse wekken, fascineren
- met slinkse streken te werk gaan, een heimelijke invloed aanwenden om zijn doel te bereiken
Vervoeging van intrigeren
intrigerenhele werkwoord — intrigeerdeverleden tijd enkelvoud — intrigeerdenverleden tijd meervoud — geïntrigeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | intrigeer | intrigeerde |
| jij | intrigeert | intrigeerde |
| hij, zij, het | intrigeert | intrigeerde |
| wij | intrigeren | intrigeerden |
| jullie | intrigeren | intrigeerden |
| zij | intrigeren | intrigeerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is geïntrigeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geïntrigeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geïntrigeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geïntrigeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geïntrigeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geïntrigeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geïntrigeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geïntrigeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geïntrigeerd | verleden tijd, deelwoord |
| geïntrigeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïntrigeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geïntrigeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geïntrigeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geïntrigeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geïntrigeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geïntrigeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geïntrigeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geïntrigeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geïntrigeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïntrigeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geïntrigeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïntrigeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geïntrigeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geïntrigeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïntrigeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïntrigeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| intrigeer | gebiedende wijs |
| intrigeerde | verleden tijd |
| intrigere | aanvoegende wijs |
| intrigerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geïntrigeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te intrigeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen intrigeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geïntrigeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïntrigeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geïntrigeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal intrigeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal intrigeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal intrigeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geïntrigeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïntrigeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïntrigeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou intrigeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou intrigeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou intrigeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geïntrigeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geïntrigeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geïntrigeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden intrigeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden intrigeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden intrigeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geïntrigeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt intrigeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geïntrigeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geïntrigeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geïntrigeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen intrigeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen intrigeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen intrigeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen intrigeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geïntrigeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult intrigeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘slinks te werk gaan’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van intrigeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geïntrigeerd | voltooid deelwoord | intrigeren |
| geïntrigeerde | woordvorm | intrigeren |
| intrigeer | gebiedende wijs | intrigeren |
| intrigeerde | verleden tijd | intrigeren |
| intrigeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | intrigeren |
| intrigeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | intrigeren |
| intrigere | aanvoegende wijs | intrigeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van intrigeren zijn vastgelegd.