Naar de inhoud

interneren

een verplichte verblijfplaats aanwijzen

interneren

werkwoord

Betekenis

  1. een verplichte verblijfplaats aanwijzen

Vervoeging van interneren

internerenhele werkwoord — interneerdeverleden tijd enkelvoud — interneerdenverleden tijd meervoud — geïnterneerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik interneer interneerde
jij interneert interneerde
hij, zij, het interneert interneerde
wij interneren interneerden
jullie interneren interneerden
zij interneren interneerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geïnterneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geïnterneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geïnterneerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geïnterneerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geïnterneerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geïnterneerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geïnterneerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geïnterneerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geïnterneerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geïnterneerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geïnterneerd verleden tijd, deelwoord
geïnterneerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geïnterneerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geïnterneerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïnterneerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïnterneerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïnterneerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geïnterneerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geïnterneerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geïnterneerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geïnterneerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geïnterneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geïnterneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geïnterneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geïnterneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geïnterneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geïnterneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geïnterneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geïnterneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïnterneerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geïnterneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïnterneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geïnterneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geïnterneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïnterneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïnterneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
interneer gebiedende wijs
interneerde verleden tijd
internere aanvoegende wijs
internerend onvoltooid, deelwoord
is geïnterneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geïnterneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben geïnterneerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te interneren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen interneren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geïnterneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geïnterneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geïnterneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geïnterneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geïnterneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geïnterneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geïnterneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geïnterneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geïnterneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geïnterneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geïnterneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geïnterneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geïnterneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geïnterneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geïnterneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geïnterneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geïnterneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geïnterneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geïnterneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geïnterneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geïnterneerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïnterneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geïnterneerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geïnterneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïnterneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geïnterneerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïnterneerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal interneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal interneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal interneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geïnterneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geïnterneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geïnterneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geïnterneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geïnterneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïnterneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïnterneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geïnterneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïnterneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geïnterneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïnterneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïnterneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïnterneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou interneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou interneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou interneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geïnterneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïnterneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïnterneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geïnterneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geïnterneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geïnterneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geïnterneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïnterneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïnterneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden interneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden interneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden interneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geïnterneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geïnterneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geïnterneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt interneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geïnterneerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïnterneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïnterneerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geïnterneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geïnterneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geïnterneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geïnterneerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïnterneerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïnterneerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen interneren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen interneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen interneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen interneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geïnterneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geïnterneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geïnterneerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult interneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘een gedwongen verblijfplaats aanwijzen’ voor het eerst aangetroffen in 1855

Woordfamilie van interneren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geïnterneerd voltooid deelwoord interneren
interneer gebiedende wijs interneren
interneerde verleden tijd interneren
interneerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon interneren
interneert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon interneren
internerend onvoltooid deelwoord interneren
internerende woordvorm interneren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van interneren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over interneren

Wat is de betekenis van interneren?
Interneren is een werkwoord. De betekenis is: een verplichte verblijfplaats aanwijzen.
Hoe vervoeg ik interneren?
Zo vervoeg je interneren zo: de tegenwoordige tijd is interneer, de verleden tijd is interneerde en het voltooid deelwoord is geïnterneerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord interneren is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. N 1
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

interneren levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 54 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. T 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. N 1
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 14 zonder bonus
  12. 54 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (I) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

interneren in het kort

interneren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van interneren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort interneren bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

interneren: een verplichte verblijfplaats aanwijzen
Deel interneren — standaardnederlands.nl