integreren
werkwoordBetekenis
- door een leerproces en aanpassing deel worden van de samenleving
- een bewerking op een functie uitvoeren die de limiet van de sommering erover in een nieuwe functie uitdrukt, (de integraal berekenen)
- in een eenheid opgaan
Vervoeging van integreren
integrerenhele werkwoord — integreerdeverleden tijd enkelvoud — integreerdenverleden tijd meervoud — geïntegreerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | integreer | integreerde |
| jij | integreert | integreerde |
| hij, zij, het | integreert | integreerde |
| wij | integreren | integreerden |
| jullie | integreren | integreerden |
| zij | integreren | integreerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geïntegreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geïntegreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geïntegreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geïntegreerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geïntegreerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geïntegreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geïntegreerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geïntegreerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geïntegreerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geïntegreerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geïntegreerd | verleden tijd, deelwoord |
| geïntegreerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geïntegreerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geïntegreerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïntegreerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïntegreerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïntegreerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geïntegreerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geïntegreerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geïntegreerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geïntegreerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geïntegreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geïntegreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geïntegreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geïntegreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geïntegreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geïntegreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geïntegreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geïntegreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïntegreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geïntegreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïntegreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geïntegreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geïntegreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïntegreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïntegreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| integreer | gebiedende wijs |
| integreerde | verleden tijd |
| integrere | aanvoegende wijs |
| integrerend | onvoltooid, deelwoord |
| is geïntegreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geïntegreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben geïntegreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te integreren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen integreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geïntegreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geïntegreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geïntegreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geïntegreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geïntegreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geïntegreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geïntegreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geïntegreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geïntegreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geïntegreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geïntegreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geïntegreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geïntegreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geïntegreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geïntegreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geïntegreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geïntegreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geïntegreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geïntegreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geïntegreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geïntegreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïntegreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geïntegreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geïntegreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïntegreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geïntegreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïntegreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal integreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal integreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal integreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geïntegreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geïntegreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geïntegreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geïntegreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geïntegreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïntegreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïntegreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geïntegreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïntegreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geïntegreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïntegreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïntegreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïntegreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou integreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou integreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou integreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geïntegreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geïntegreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geïntegreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geïntegreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geïntegreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geïntegreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geïntegreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geïntegreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geïntegreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden integreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden integreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden integreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geïntegreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geïntegreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geïntegreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt integreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geïntegreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geïntegreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geïntegreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geïntegreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geïntegreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geïntegreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geïntegreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geïntegreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geïntegreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen integreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen integreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen integreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen integreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geïntegreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geïntegreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geïntegreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult integreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘volledig maken, tot een geheel samenvoegen’ voor het eerst aangetroffen in 1775
Woordfamilie van integreren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| integreer | gebiedende wijs | integreren |
| integreerde | verleden tijd | integreren |
| integreerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | integreren |
| integreert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | integreren |
| integrere | aanvoegende wijs | integreren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van integreren zijn vastgelegd.