integrator
zelfstandig naamwoordBetekenis
- toestel die een integrerende actie uitvoert of een signaal integreert
- systeem waarmee men bepaalde integralen kan berekenen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| integratoren | meervoud |
| integrators | meervoud |
| integratortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| integratortjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van integreren met het achtervoegsel -ator
Woordfamilie van integrator
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| integratoren | meervoud | integrator |
| integrators | meervoud | integrator |
| integratortje | verkleinwoord | integrator |
| integratortjes | verkleinwoord meervoud | integrator |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van integrator zijn vastgelegd.