Naar de inhoud

instuiven

naar binnen stuiven

instuiven is meer dan één woord

instuiven

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. naar binnen stuiven
  2. landwaarts verstuiven

Vervoeging van instuiven

instuivenhele werkwoord — stoof inverleden tijd enkelvoud — stoven inverleden tijd meervoud — ingestovenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stuif in stoof in
jij stuift in stoof in
hij, zij, het stuift in stoof in
wij stuiven in stoven in
jullie stuiven in stoven in
zij stuiven in stoven in
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben ingestoven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingestoven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
in te stuiven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen stuiven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal stuiven bijzin, toekomende tijd
in zou stuiven bijzin, voorwaardelijk
in zouden stuiven bijzin, voorwaardelijk
in zoudt stuiven bijzin, voorwaardelijk
in zullen stuiven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen stuiven bijzin, toekomende tijd
in zult stuiven bijzin, toekomende tijd
ingestoven verleden tijd, deelwoord
ingestoven te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingestoven zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
instoof bijzin, verleden tijd
instoven bijzin, verleden tijd
instuif bijzin, tegenwoordige tijd
instuift bijzin, tegenwoordige tijd
instuivend onvoltooid, deelwoord
is ingestoven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingestoven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stoof in verleden tijd
stuif in gebiedende wijs
te zijn ingestoven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen instuiven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingestoven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingestoven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingestoven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingestoven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingestoven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingestoven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingestoven voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal ingestoven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingestoven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingestoven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal instuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal instuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal instuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal instuiven bijzin, toekomende tijd
zijn ingestoven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn ingestoven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingestoven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingestoven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingestoven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingestoven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingestoven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingestoven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou instuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou instuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou instuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou instuiven bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) instuiven in zou(dt) stuiven bijzin, voorwaardelijk
zouden ingestoven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingestoven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingestoven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden instuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden instuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden instuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden instuiven bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingestoven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt instuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt instuiven bijzin, voorwaardelijk
zullen ingestoven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingestoven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingestoven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen instuiven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen instuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen instuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen instuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen instuiven bijzin, toekomende tijd
zult ingestoven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult instuiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult instuiven bijzin, toekomende tijd
zult/zal instuiven in zult/zal stuiven bijzin, toekomende tijd

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord instuif

Herkomst

samenstelling van in en stuiven

Woordfamilie van instuiven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingestoven voltooid deelwoord instuiven
instoof subordinate-clause, verleden tijd instuiven
instoven subordinate-clause, verleden tijd instuiven
instuift subordinate-clause, tegenwoordige tijd instuiven
instuive with-subordinate-clause instuiven
instuivend onvoltooid deelwoord instuiven
instuivende woordvorm instuiven
stoof in verleden tijd instuiven
stoven in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon instuiven
stuif in gebiedende wijs instuiven
stuift in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon instuiven
stuive in woordvorm instuiven
stuiven in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon instuiven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van instuiven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over instuiven

Wat is de betekenis van instuiven?
Instuiven is een werkwoord. De betekenis is: naar binnen stuiven. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik instuiven?
Zo vervoeg je instuiven zo: het voltooid deelwoord is ingestoven. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord instuiven is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. U 4
  6. I 1
  7. V 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

instuiven levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. U 2
  6. I 2
  7. V 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

instuiven in het kort

instuiven is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van instuiven staan er 46 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort instuiven bij een woordfamilie van 13 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

instuiven: naar binnen stuiven
Deel instuiven — standaardnederlands.nl