instuiven
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- naar binnen stuiven
- landwaarts verstuiven
Vervoeging van instuiven
instuivenhele werkwoord — stoof inverleden tijd enkelvoud — stoven inverleden tijd meervoud — ingestovenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | stuif in | stoof in |
| jij | stuift in | stoof in |
| hij, zij, het | stuift in | stoof in |
| wij | stuiven in | stoven in |
| jullie | stuiven in | stoven in |
| zij | stuiven in | stoven in |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben ingestoven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingestoven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| in te stuiven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen stuiven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal stuiven | bijzin, toekomende tijd |
| in zou stuiven | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden stuiven | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt stuiven | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen stuiven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen stuiven | bijzin, toekomende tijd |
| in zult stuiven | bijzin, toekomende tijd |
| ingestoven | verleden tijd, deelwoord |
| ingestoven te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingestoven zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| instoof | bijzin, verleden tijd |
| instoven | bijzin, verleden tijd |
| instuif | bijzin, tegenwoordige tijd |
| instuift | bijzin, tegenwoordige tijd |
| instuivend | onvoltooid, deelwoord |
| is ingestoven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingestoven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| stoof in | verleden tijd |
| stuif in | gebiedende wijs |
| te zijn ingestoven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen instuiven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingestoven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingestoven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingestoven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingestoven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingestoven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingestoven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingestoven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal ingestoven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingestoven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingestoven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal instuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal instuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal instuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal instuiven | bijzin, toekomende tijd |
| zijn ingestoven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn ingestoven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingestoven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingestoven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingestoven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ingestoven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingestoven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingestoven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou instuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou instuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou instuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou instuiven | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) instuiven in zou(dt) stuiven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingestoven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingestoven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingestoven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden instuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden instuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden instuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden instuiven | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingestoven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt instuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt instuiven | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingestoven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingestoven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingestoven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen instuiven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen instuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen instuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen instuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen instuiven | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingestoven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult instuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult instuiven | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal instuiven in zult/zal stuiven | bijzin, toekomende tijd |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord instuif
Herkomst
samenstelling van in en stuiven
Woordfamilie van instuiven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ingestoven | voltooid deelwoord | instuiven |
| instoof | subordinate-clause, verleden tijd | instuiven |
| instoven | subordinate-clause, verleden tijd | instuiven |
| instuift | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | instuiven |
| instuive | with-subordinate-clause | instuiven |
| instuivend | onvoltooid deelwoord | instuiven |
| instuivende | woordvorm | instuiven |
| stoof in | verleden tijd | instuiven |
| stoven in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | instuiven |
| stuif in | gebiedende wijs | instuiven |
| stuift in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | instuiven |
| stuive in | woordvorm | instuiven |
| stuiven in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | instuiven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van instuiven zijn vastgelegd.