instuif
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈɪnstœyfBetekenis
- informele receptie in iemands woonhuis naar aanleiding van een of andere gelegenheid
- evenement bij jeugdclubs, jongerenverenigingen, sportclubs en dergelijke waarbij belangstellenden vrij in en uit kunnen lopen om kennis te maken
- feest in een nieuwe woning om die feestelijk in gebruik te nemen, vaak met vrije in- en uitloop
Hoe spreek je instuif uit?
/ˈɪnstœyf/
Instuif bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| n | nek |
| s | sok |
| t | tak |
| œy | huis |
| f | fiets |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| instuifje | verkleinwoord, enkelvoud |
| instuifjes | verkleinwoord, meervoud |
| instuiven | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van instuiven
Vervoeging van instuif
instuifhele werkwoord
Herkomst
van instuiven ww zonder -en
Woordfamilie van instuif
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| instuifje | verkleinwoord | instuif |
| instuifjes | verkleinwoord meervoud | instuif |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van instuif zijn vastgelegd.