insnijden
werkwoordBetekenis
- een snee maken in
- door snijden ergens in aanbrengen
Vervoeging van insnijden
insnijdenhele werkwoord — sneed inverleden tijd enkelvoud — sneden inverleden tijd meervoud — ingesnedenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | snij in | sneed in |
| jij | snijdt in | sneed in |
| hij, zij, het | snijdt in | sneed in |
| wij | snijden in | sneden in |
| jullie | snijden in | sneden in |
| zij | snijden in | sneden in |
Alle 147 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ingesneden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingesneden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ingesneden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingesneden | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingesneden | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingesneden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingesneden worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingesneden zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingesneden worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingesneden zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingesneden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingesneden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingesneden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingesneden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingesneden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingesneden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingesneden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingesneden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingesneden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingesneden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingesneden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingesneden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingesneden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingesneden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingesneden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te snijden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen snijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal snijden | bijzin, toekomende tijd |
| in zou snijden | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden snijden | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt snijden | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen snijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen snijden | bijzin, toekomende tijd |
| in zult snijden | bijzin, toekomende tijd |
| ingesneden | verleden tijd, deelwoord |
| ingesneden te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingesneden te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingesneden te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingesneden te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingesneden te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingesneden worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingesneden zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingesneden zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingesneden zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingesneden zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| insneden | bijzin, verleden tijd |
| insneed | bijzin, verleden tijd |
| insnij | bijzin, tegenwoordige tijd |
| insnijd | bijzin, tegenwoordige tijd |
| insnijdend | onvoltooid, deelwoord |
| insnijdt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| is ingesneden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingesneden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| sneed in | verleden tijd |
| snij in | gebiedende wijs |
| snijd in | gebiedende wijs |
| te hebben ingesneden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen insnijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingesneden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingesneden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingesneden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingesneden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingesneden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingesneden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingesneden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingesneden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingesneden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingesneden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingesneden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingesneden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingesneden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingesneden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ingesneden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingesneden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingesneden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingesneden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingesneden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingesneden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ingesneden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingesneden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingesneden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ingesneden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingesneden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingesneden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingesneden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal insnijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal insnijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal insnijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal insnijden | bijzin, toekomende tijd |
| zijn ingesneden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingesneden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingesneden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingesneden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ingesneden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingesneden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingesneden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ingesneden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingesneden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingesneden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingesneden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingesneden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingesneden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou insnijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou insnijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou insnijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou insnijden | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) insnijden in zou(dt) snijden | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingesneden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingesneden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingesneden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingesneden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingesneden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingesneden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingesneden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingesneden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingesneden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden insnijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden insnijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden insnijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden insnijden | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingesneden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingesneden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingesneden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt insnijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt insnijden | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingesneden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingesneden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingesneden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingesneden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingesneden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingesneden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingesneden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingesneden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingesneden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen insnijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen insnijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen insnijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen insnijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
Herkomst
samenstelling van in en snijden
Woordfamilie van insnijden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ingesneden | voltooid deelwoord | insnijden |
| insneed | subordinate-clause, verleden tijd | insnijden |
| insnij | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | insnijden |
| insnijd | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | insnijden |
| insnijde | with-subordinate-clause | insnijden |
| insnijdend | onvoltooid deelwoord | insnijden |
| insnijdende | woordvorm | insnijden |
| insnijdt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | insnijden |
| sneden in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | insnijden |
| sneed in | verleden tijd | insnijden |
| snij in | gebiedende wijs | insnijden |
| snijd in | gebiedende wijs | insnijden |
| snijde in | woordvorm | insnijden |
| snijden in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | insnijden |
| snijdt in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | insnijden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van insnijden zijn vastgelegd.