Naar de inhoud

inschepen

zich ~: aan boord gaan van een schip voor een reis ermee

inschepen

werkwoord /'ɪnsxepə(n)/

Betekenis

  1. zich ~: aan boord gaan van een schip voor een reis ermee

Hoe spreek je inschepen uit?

/ˈɪnsxepən/

Inschepen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɪnsxepən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɪ pit
n nek
s sok
x acht
e veel
p pak
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van inschepen

inschepenhele werkwoord — scheepte inverleden tijd enkelvoud — scheepten inverleden tijd meervoud — ingescheeptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik scheep in scheepte in
jij scheept in scheepte in
hij, zij, het scheept in scheepte in
wij schepen in scheepten in
jullie schepen in scheepten in
zij schepen in scheepten in
Alle 158 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingescheept voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingescheept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingescheept impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingescheept impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingescheept impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingescheept impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingescheept worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingescheept zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingescheept worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingescheept zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingescheept voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingescheept voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingescheept voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingescheept voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingescheept voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingescheept voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingescheept voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingescheept voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingescheept actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingescheept voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingescheept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingescheept voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingescheept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingescheept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingescheept voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te schepen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen schepen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal schepen bijzin, toekomende tijd
in zou schepen bijzin, voorwaardelijk
in zouden schepen bijzin, voorwaardelijk
in zoudt schepen bijzin, voorwaardelijk
in zullen schepen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen schepen bijzin, toekomende tijd
in zult schepen bijzin, toekomende tijd
ingescheept verleden tijd, deelwoord
ingescheept te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingescheept te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingescheept te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingescheept te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingescheept te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingescheept worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingescheept zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingescheept zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingescheept zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingescheept zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inscheep bijzin, tegenwoordige tijd
inscheept bijzin, tegenwoordige tijd
inscheepte bijzin, verleden tijd
inscheepten bijzin, verleden tijd
inschepend onvoltooid, deelwoord
is ingescheept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingescheept voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
scheep in gebiedende wijs
scheep u/je in, scheept je in gebiedende wijs
scheepte in verleden tijd
te hebben ingescheept actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inschepen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingescheept voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingescheept voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingescheept voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingescheept voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingescheept voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingescheept voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingescheept voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingescheept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingescheept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingescheept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingescheept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingescheept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingescheept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingescheept enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingescheept enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingescheept enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingescheept enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingescheept enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingescheept enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingescheept enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ingescheept hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingescheept hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingescheept hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingescheept worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingescheept worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingescheept zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingescheept zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inschepen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inschepen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inschepen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inschepen bijzin, toekomende tijd
zal me inschepen eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal zich inschepen derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je inschepen tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich ingescheept hebben verleden tijd
zich inschepend onvoltooid, deelwoord
zijn ingescheept voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingescheept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingescheept voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingescheept voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingescheept hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingescheept hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingescheept hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingescheept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingescheept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingescheept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingescheept zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingescheept zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingescheept zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inschepen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inschepen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inschepen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inschepen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inschepen in zou(dt) schepen bijzin, voorwaardelijk
zouden ingescheept hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingescheept hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingescheept hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingescheept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingescheept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingescheept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingescheept zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingescheept zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingescheept zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inschepen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inschepen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inschepen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inschepen bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingescheept hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingescheept worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingescheept zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inschepen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inschepen bijzin, voorwaardelijk
zullen ingescheept hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingescheept hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingescheept hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingescheept worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingescheept worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingescheept worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingescheept zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingescheept zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingescheept zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon

Herkomst

van Middelnederlands inscepen; samenstelling van in bw en schepen ww

Woordfamilie van inschepen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingescheept voltooid deelwoord inschepen
ingescheepte woordvorm inschepen
inscheep subordinate-clause, tegenwoordige tijd inschepen
inscheept subordinate-clause, tegenwoordige tijd inschepen
inscheepte subordinate-clause, verleden tijd inschepen
inscheepten subordinate-clause, verleden tijd inschepen
inschepe with-subordinate-clause inschepen
inschepend onvoltooid deelwoord inschepen
inschepende woordvorm inschepen
scheep in gebiedende wijs inschepen
scheept in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inschepen
scheepte in verleden tijd inschepen
scheepten in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inschepen
schepe in woordvorm inschepen
schepen in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inschepen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inschepen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over inschepen

Hoe spreek ik inschepen uit?
Zo spreek je inschepen uit: /'ɪnsxepə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van inschepen?
Inschepen is een werkwoord. De betekenis is: zich ~: aan boord gaan van een schip voor een reis ermee.
Hoe vervoeg ik inschepen?
Zo vervoeg je inschepen zo: het voltooid deelwoord is ingescheept. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inschepen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. S 2
  4. C 5
  5. H 4
  6. E 1
  7. P 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inschepen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. S 2
  4. C 5
  5. H 4
  6. E 1
  7. P 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 zonder bonus
  11. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

inschepen in het kort

inschepen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van inschepen staan er 99 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort inschepen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

inschepen: zich ~: aan boord gaan van een schip voor een reis ermee
Deel inschepen — standaardnederlands.nl