Naar de inhoud

inschenken

een vloeistof in een beker of glas laten stromen

inschenken

werkwoord

Betekenis

  1. een vloeistof in een beker of glas laten stromen

Vervoeging van inschenken

inschenkenhele werkwoord — schonk inverleden tijd enkelvoud — schonken inverleden tijd meervoud — ingeschonkenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schenk in schonk in
jij schenkt in schonk in
hij, zij, het schenkt in schonk in
wij schenken in schonken in
jullie schenken in schonken in
zij schenken in schonken in
Alle 83 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is ingeschonken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingeschonken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingeschonken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingeschonken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingeschonken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingeschonken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingeschonken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingeschonken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingeschonken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingeschonken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingeschonken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingeschonken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingeschonken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingeschonken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingeschonken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingeschonken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingeschonken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingeschonken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingeschonken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingeschonken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingeschonken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingeschonken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingeschonken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te schenken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen schenken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal schenken bijzin, toekomende tijd
in zou schenken bijzin, voorwaardelijk
in zouden schenken bijzin, voorwaardelijk
in zoudt schenken bijzin, voorwaardelijk
in zullen schenken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen schenken bijzin, toekomende tijd
in zult schenken bijzin, toekomende tijd
ingeschonken verleden tijd, deelwoord
ingeschonken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingeschonken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inschenk bijzin, tegenwoordige tijd
inschenkend onvoltooid, deelwoord
inschenkt bijzin, tegenwoordige tijd
inschonk bijzin, verleden tijd
inschonken bijzin, verleden tijd
inschonkt bijzin, verleden tijd
schenk in gebiedende wijs
schonk in verleden tijd
te hebben ingeschonken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inschenken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal ingeschonken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingeschonken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingeschonken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inschenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inschenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inschenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inschenken bijzin, toekomende tijd
zou ingeschonken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingeschonken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingeschonken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inschenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inschenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inschenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inschenken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inschenken in zou(dt) schenken bijzin, voorwaardelijk
zouden ingeschonken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingeschonken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingeschonken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inschenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inschenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inschenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inschenken bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingeschonken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inschenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inschenken bijzin, voorwaardelijk
zullen ingeschonken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingeschonken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingeschonken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen inschenken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inschenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inschenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inschenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inschenken bijzin, toekomende tijd
zult ingeschonken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult inschenken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult inschenken bijzin, toekomende tijd
zult/zal inschenken in zult/zal schenken bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van in bw en schenken ww

Woordfamilie van inschenken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingeschonken voltooid deelwoord inschenken
inschenk subordinate-clause, tegenwoordige tijd inschenken
inschenke with-subordinate-clause inschenken
inschenkend onvoltooid deelwoord inschenken
inschenkende woordvorm inschenken
inschenkt subordinate-clause, tegenwoordige tijd inschenken
inschonk subordinate-clause, verleden tijd inschenken
inschonken subordinate-clause, verleden tijd inschenken
schenk in gebiedende wijs inschenken
schenke in woordvorm inschenken
schenken in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inschenken
schenkt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inschenken
schonk in verleden tijd inschenken
schonken in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inschenken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inschenken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over inschenken

Wat betekent inschenken?
Inschenken is een werkwoord. Het woord betekent: een vloeistof in een beker of glas laten stromen.
Hoe vervoeg je inschenken?
Je vervoegt inschenken als volgt: het voltooid deelwoord is ingeschonken. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inschenken is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. S 2
  4. C 5
  5. H 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inschenken levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. S 2
  4. C 5
  5. H 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 zonder bonus
  12. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

inschenken in het kort

inschenken staat in dit woordenboek als werkwoord. Van inschenken zijn 55 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort inschenken bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

inschenken: een vloeistof in een beker of glas laten stromen
Deel inschenken — standaardnederlands.nl