inpluggen
werkwoordBetekenis
- door middel van een stekker met elkaar verbinden
Vervoeging van inpluggen
inpluggenhele werkwoord — plugde inverleden tijd enkelvoud — plugden inverleden tijd meervoud — ingeplugdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | plug in | plugde in |
| jij | plugt in | plugde in |
| hij, zij, het | plugt in | plugde in |
| wij | pluggen in | plugden in |
| jullie | pluggen in | plugden in |
| zij | pluggen in | plugden in |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ingeplugd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingeplugd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ingeplugd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingeplugd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingeplugd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingeplugd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingeplugd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingeplugd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingeplugd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingeplugd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingeplugd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingeplugd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingeplugd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingeplugd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingeplugd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingeplugd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingeplugd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingeplugd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingeplugd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingeplugd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingeplugd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingeplugd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingeplugd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingeplugd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingeplugd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te pluggen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen pluggen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal pluggen | bijzin, toekomende tijd |
| in zou pluggen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden pluggen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt pluggen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen pluggen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen pluggen | bijzin, toekomende tijd |
| in zult pluggen | bijzin, toekomende tijd |
| ingeplugd | verleden tijd, deelwoord |
| ingeplugd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingeplugd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingeplugd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingeplugd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingeplugd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingeplugd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingeplugd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingeplugd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingeplugd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingeplugd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| inplug | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inplugde | bijzin, verleden tijd |
| inplugden | bijzin, verleden tijd |
| inpluggend | onvoltooid, deelwoord |
| inplugt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| is ingeplugd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingeplugd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| plug in | gebiedende wijs |
| plugde in | verleden tijd |
| te hebben ingeplugd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen inpluggen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingeplugd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingeplugd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingeplugd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingeplugd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingeplugd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingeplugd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingeplugd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingeplugd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingeplugd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingeplugd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingeplugd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingeplugd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingeplugd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingeplugd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ingeplugd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingeplugd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingeplugd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingeplugd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingeplugd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingeplugd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ingeplugd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingeplugd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingeplugd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ingeplugd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingeplugd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingeplugd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingeplugd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal inpluggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal inpluggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal inpluggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal inpluggen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn ingeplugd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingeplugd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingeplugd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingeplugd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ingeplugd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingeplugd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingeplugd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ingeplugd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingeplugd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingeplugd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingeplugd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingeplugd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingeplugd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou inpluggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou inpluggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou inpluggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou inpluggen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) inpluggen in zou(dt) pluggen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingeplugd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingeplugd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingeplugd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingeplugd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingeplugd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingeplugd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingeplugd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingeplugd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingeplugd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden inpluggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden inpluggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden inpluggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden inpluggen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingeplugd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingeplugd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingeplugd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt inpluggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt inpluggen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingeplugd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingeplugd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingeplugd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingeplugd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingeplugd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingeplugd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingeplugd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingeplugd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingeplugd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen inpluggen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen inpluggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen inpluggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen inpluggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen inpluggen | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingeplugd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van in en pluggen
Woordfamilie van inpluggen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ingeplugd | voltooid deelwoord | inpluggen |
| ingeplugde | woordvorm | inpluggen |
| inplug | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inpluggen |
| inplugde | subordinate-clause, verleden tijd | inpluggen |
| inplugden | subordinate-clause, verleden tijd | inpluggen |
| inplugge | with-subordinate-clause | inpluggen |
| inpluggend | onvoltooid deelwoord | inpluggen |
| inpluggende | woordvorm | inpluggen |
| inplugt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inpluggen |
| plug in | gebiedende wijs | inpluggen |
| plugde in | verleden tijd | inpluggen |
| plugden in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | inpluggen |
| plugge in | woordvorm | inpluggen |
| pluggen in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | inpluggen |
| plugt in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | inpluggen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inpluggen zijn vastgelegd.