Naar de inhoud

inoefenen

door herhaling iets nieuws leren

inoefenen

werkwoord ˈɪnufənə(n)

Betekenis

  1. door herhaling iets nieuws leren

Hoe spreek je inoefenen uit?

/ˈɪnufənən/

Inoefenen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɪnufənən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɪ pit
n nek
u boek
f fiets
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van inoefenen

inoefenenhele werkwoord — oefende inverleden tijd enkelvoud — oefenden inverleden tijd meervoud — ingeoefendvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik oefen in oefende in
jij oefent in oefende in
hij, zij, het oefent in oefende in
wij oefenen in oefenden in
jullie oefenen in oefenden in
zij oefenen in oefenden in
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingeoefend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingeoefend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingeoefend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingeoefend impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingeoefend impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingeoefend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingeoefend worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingeoefend zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingeoefend worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingeoefend zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingeoefend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingeoefend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingeoefend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingeoefend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingeoefend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingeoefend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingeoefend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingeoefend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingeoefend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingeoefend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingeoefend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingeoefend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingeoefend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingeoefend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingeoefend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te oefenen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen oefenen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal oefenen bijzin, toekomende tijd
in zou oefenen bijzin, voorwaardelijk
in zouden oefenen bijzin, voorwaardelijk
in zoudt oefenen bijzin, voorwaardelijk
in zullen oefenen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen oefenen bijzin, toekomende tijd
in zult oefenen bijzin, toekomende tijd
ingeoefend verleden tijd, deelwoord
ingeoefend te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingeoefend te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingeoefend te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingeoefend te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingeoefend te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingeoefend worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingeoefend zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingeoefend zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingeoefend zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingeoefend zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inoefen bijzin, tegenwoordige tijd
inoefende bijzin, verleden tijd
inoefenden bijzin, verleden tijd
inoefenend onvoltooid, deelwoord
inoefent bijzin, tegenwoordige tijd
is ingeoefend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingeoefend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
oefen in gebiedende wijs
oefende in verleden tijd
te hebben ingeoefend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inoefenen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingeoefend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingeoefend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingeoefend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingeoefend voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingeoefend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingeoefend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingeoefend voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingeoefend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingeoefend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingeoefend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingeoefend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingeoefend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingeoefend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingeoefend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingeoefend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingeoefend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingeoefend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingeoefend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingeoefend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingeoefend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ingeoefend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingeoefend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingeoefend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingeoefend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingeoefend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingeoefend zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingeoefend zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inoefenen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inoefenen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inoefenen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inoefenen bijzin, toekomende tijd
zijn ingeoefend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingeoefend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingeoefend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingeoefend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingeoefend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingeoefend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingeoefend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingeoefend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingeoefend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingeoefend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingeoefend zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingeoefend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingeoefend zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inoefenen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inoefenen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inoefenen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inoefenen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inoefenen in zou(dt) oefenen bijzin, voorwaardelijk
zouden ingeoefend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingeoefend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingeoefend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingeoefend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingeoefend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingeoefend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingeoefend zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingeoefend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingeoefend zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inoefenen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inoefenen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inoefenen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inoefenen bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingeoefend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingeoefend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingeoefend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inoefenen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inoefenen bijzin, voorwaardelijk
zullen ingeoefend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingeoefend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingeoefend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingeoefend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingeoefend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingeoefend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingeoefend zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingeoefend zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingeoefend zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen inoefenen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inoefenen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inoefenen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inoefenen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inoefenen bijzin, toekomende tijd
zult ingeoefend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van in bw en oefenen ww

Woordfamilie van inoefenen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingeoefend voltooid deelwoord inoefenen
ingeoefende woordvorm inoefenen
inoefen subordinate-clause, tegenwoordige tijd inoefenen
inoefende subordinate-clause, verleden tijd inoefenen
inoefenden subordinate-clause, verleden tijd inoefenen
inoefene with-subordinate-clause inoefenen
inoefenend onvoltooid deelwoord inoefenen
inoefenende woordvorm inoefenen
inoefent subordinate-clause, tegenwoordige tijd inoefenen
oefen in gebiedende wijs inoefenen
oefende in verleden tijd inoefenen
oefenden in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inoefenen
oefene in woordvorm inoefenen
oefenen in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inoefenen
oefent in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inoefenen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inoefenen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over inoefenen

Hoe spreek ik inoefenen uit?
Zo spreek je inoefenen uit: /ˈɪnufənə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van inoefenen?
Inoefenen is een werkwoord. De betekenis is: door herhaling iets nieuws leren.
Hoe vervoeg ik inoefenen?
Zo vervoeg je inoefenen zo: het voltooid deelwoord is ingeoefend. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inoefenen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. O 1
  4. E 1
  5. F 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. E 1
  9. N 1
  10. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inoefenen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. O 1
  4. E 1
  5. F 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. E 1
  9. N 1
  10. 13 zonder bonus
  11. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

inoefenen in het kort

inoefenen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van inoefenen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort inoefenen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

inoefenen: door herhaling iets nieuws leren
Deel inoefenen — standaardnederlands.nl