innoverend
bijvoeglijk naamwoord, werkwoordBetekenis
- betrekking hebbend op vernieuwingen en uitvindingen
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| innoverende | verbogen, stellende trap |
| innoverender | onverbogen, vergrotende trap |
| innoverendere | verbogen, vergrotende trap |
| innoverenders | partitief, vergrotende trap |
| innoverends | partitief, stellende trap |
| innoverendst | onverbogen, overtreffende trap |
| innoverendste | verbogen, overtreffende trap |
Woordvorm
- onvoltooid deelwoord van innoveren
Vervoeging van innoverend
innoverendhele werkwoord
Herkomst
Naamwoord van handeling van innoveren
Woordfamilie van innoverend
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| innoverender | vergrotende trap | innoverend |
| innoverendere | verbogen vergrotende trap | innoverend |
| innoverenders | partitieve vergrotende trap | innoverend |
| innoverends | partitive, positive | innoverend |
| innoverendst | uninflected, superlative | innoverend |
| innoverendste | inflected, superlative | innoverend |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van innoverend zijn vastgelegd.