Naar de inhoud

inkruipen

kruipend betreden

inkruipen

werkwoord

Betekenis

  1. kruipend betreden

Vervoeging van inkruipen

inkruipenhele werkwoord — kroop inverleden tijd enkelvoud — kropen inverleden tijd meervoud — ingekropenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kruip in kroop in
jij kruipt in kroop in
hij, zij, het kruipt in kroop in
wij kruipen in kropen in
jullie kruipen in kropen in
zij kruipen in kropen in
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben ingekropen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingekropen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
in te kruipen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen kruipen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal kruipen bijzin, toekomende tijd
in zou kruipen bijzin, voorwaardelijk
in zouden kruipen bijzin, voorwaardelijk
in zoudt kruipen bijzin, voorwaardelijk
in zullen kruipen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen kruipen bijzin, toekomende tijd
in zult kruipen bijzin, toekomende tijd
ingekropen verleden tijd, deelwoord
ingekropen te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingekropen zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inkroop bijzin, verleden tijd
inkropen bijzin, verleden tijd
inkruip bijzin, tegenwoordige tijd
inkruipend onvoltooid, deelwoord
inkruipt bijzin, tegenwoordige tijd
is ingekropen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingekropen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kroop in verleden tijd
kruip in gebiedende wijs
te zijn ingekropen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inkruipen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingekropen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingekropen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingekropen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingekropen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingekropen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingekropen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingekropen voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal ingekropen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingekropen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingekropen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inkruipen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inkruipen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inkruipen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inkruipen bijzin, toekomende tijd
zijn ingekropen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn ingekropen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingekropen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingekropen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingekropen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingekropen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingekropen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingekropen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inkruipen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inkruipen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inkruipen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inkruipen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inkruipen in zou(dt) kruipen bijzin, voorwaardelijk
zouden ingekropen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingekropen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingekropen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inkruipen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inkruipen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inkruipen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inkruipen bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingekropen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inkruipen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inkruipen bijzin, voorwaardelijk
zullen ingekropen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingekropen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingekropen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen inkruipen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inkruipen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inkruipen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inkruipen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inkruipen bijzin, toekomende tijd
zult ingekropen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult inkruipen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult inkruipen bijzin, toekomende tijd
zult/zal inkruipen in zult/zal kruipen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van in bw en kruipen ww

Woordfamilie van inkruipen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingekropen voltooid deelwoord inkruipen
inkroop subordinate-clause, verleden tijd inkruipen
inkropen subordinate-clause, verleden tijd inkruipen
inkruip subordinate-clause, tegenwoordige tijd inkruipen
inkruipe with-subordinate-clause inkruipen
inkruipend onvoltooid deelwoord inkruipen
inkruipende woordvorm inkruipen
inkruipt subordinate-clause, tegenwoordige tijd inkruipen
kroop in verleden tijd inkruipen
kropen in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inkruipen
kruip in gebiedende wijs inkruipen
kruipe in woordvorm inkruipen
kruipen in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inkruipen
kruipt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inkruipen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inkruipen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over inkruipen

Wat betekent inkruipen?
Inkruipen is een werkwoord. Het woord betekent: kruipend betreden.
Hoe vervoeg je inkruipen?
Je vervoegt inkruipen als volgt: het voltooid deelwoord is ingekropen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inkruipen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. K 3
  4. R 2
  5. U 4
  6. I 1
  7. P 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inkruipen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. K 3
  4. R 2
  5. U 2
  6. I 2
  7. P 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

inkruipen in het kort

inkruipen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van inkruipen zijn 46 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort inkruipen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

inkruipen: kruipend betreden
Deel inkruipen — standaardnederlands.nl