Naar de inhoud

inkrimpen

tot kleinere omvang terugbrengen

inkrimpen

werkwoord

Betekenis

  1. tot kleinere omvang terugbrengen
  2. kleiner in omvang worden
  3. tweede betekenisomschrijving
  4. enz.

Vervoeging van inkrimpen

inkrimpenhele werkwoord — kromp inverleden tijd enkelvoud — krompen inverleden tijd meervoud — ingekrompenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik krimp in kromp in
jij krimpt in kromp in
hij, zij, het krimpt in kromp in
wij krimpen in krompen in
jullie krimpen in krompen in
zij krimpen in krompen in
Alle 119 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief, voltooid
ben ingekrompen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingekrompen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingekrompen impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid
er was ingekrompen impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid
er werd ingekrompen impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid
er wordt ingekrompen impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal ingekrompen worden impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal ingekrompen zijn impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid
er zou ingekrompen worden impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid
er zou ingekrompen zijn impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid
ev. gebiedende wijs
hebben ingekrompen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
in te krimpen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen krimpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal krimpen bijzin, toekomende tijd
in zou krimpen bijzin, voorwaardelijk
in zouden krimpen bijzin, voorwaardelijk
in zoudt krimpen bijzin, voorwaardelijk
in zullen krimpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen krimpen bijzin, toekomende tijd
in zult krimpen bijzin, toekomende tijd
ingekrompen verleden tijd, deelwoord
ingekrompen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingekrompen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingekrompen te zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingekrompen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingekrompen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingekrompen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingekrompen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingekrompen zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingekrompen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingekrompen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inkrimp bijzin, tegenwoordige tijd
inkrimpend onvoltooid, deelwoord
inkrimpt bijzin, tegenwoordige tijd
inkromp bijzin, verleden tijd
inkrompen bijzin, verleden tijd
inkrompt bijzin, verleden tijd
is ingekrompen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingekrompen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
krimp in gebiedende wijs
kromp in verleden tijd
te hebben/zijn ingekrompen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inkrimpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingekrompen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingekrompen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingekrompen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingekrompen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingekrompen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingekrompen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingekrompen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingekrompen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingekrompen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingekrompen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingekrompen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingekrompen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingekrompen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingekrompen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingekrompen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingekrompen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingekrompen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingekrompen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingekrompen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingekrompen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ingekrompen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingekrompen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingekrompen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingekrompen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inkrimpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inkrimpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inkrimpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inkrimpen bijzin, toekomende tijd
zijn ingekrompen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn ingekrompen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingekrompen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingekrompen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingekrompen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingekrompen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingekrompen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingekrompen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingekrompen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingekrompen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingekrompen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inkrimpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inkrimpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inkrimpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inkrimpen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inkrimpen in zou(dt) krimpen bijzin, voorwaardelijk
zouden ingekrompen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingekrompen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingekrompen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingekrompen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingekrompen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingekrompen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inkrimpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inkrimpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inkrimpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inkrimpen bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingekrompen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingekrompen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inkrimpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inkrimpen bijzin, voorwaardelijk
zullen ingekrompen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingekrompen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingekrompen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingekrompen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingekrompen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingekrompen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen inkrimpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inkrimpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inkrimpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inkrimpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inkrimpen bijzin, toekomende tijd
zult ingekrompen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ingekrompen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult inkrimpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult inkrimpen bijzin, toekomende tijd
zult/zal inkrimpen in zult/zal krimpen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van in bw en krimpen ww

Woordfamilie van inkrimpen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingekrompen voltooid deelwoord inkrimpen
inkrimp subordinate-clause, tegenwoordige tijd inkrimpen
inkrimpe with-subordinate-clause inkrimpen
inkrimpend onvoltooid deelwoord inkrimpen
inkrimpende woordvorm inkrimpen
inkrimpt subordinate-clause, tegenwoordige tijd inkrimpen
inkromp subordinate-clause, verleden tijd inkrimpen
inkrompen subordinate-clause, verleden tijd inkrimpen
krimp in gebiedende wijs inkrimpen
krimpe in woordvorm inkrimpen
krimpen in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inkrimpen
krimpt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inkrimpen
kromp in verleden tijd inkrimpen
krompen in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inkrimpen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inkrimpen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over inkrimpen

Wat is de betekenis van inkrimpen?
Inkrimpen is een werkwoord. De betekenis is: tot kleinere omvang terugbrengen. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik inkrimpen?
Zo vervoeg je inkrimpen zo: het voltooid deelwoord is ingekrompen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inkrimpen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. K 3
  4. R 2
  5. I 1
  6. M 3
  7. P 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inkrimpen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. K 3
  4. R 2
  5. I 2
  6. M 3
  7. P 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

inkrimpen in het kort

inkrimpen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van inkrimpen staan er 78 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort inkrimpen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

inkrimpen: tot kleinere omvang terugbrengen
Deel inkrimpen — standaardnederlands.nl