inkrimpen
werkwoordBetekenis
- tot kleinere omvang terugbrengen
- kleiner in omvang worden
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van inkrimpen
inkrimpenhele werkwoord — kromp inverleden tijd enkelvoud — krompen inverleden tijd meervoud — ingekrompenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | krimp in | kromp in |
| jij | krimpt in | kromp in |
| hij, zij, het | krimpt in | kromp in |
| wij | krimpen in | krompen in |
| jullie | krimpen in | krompen in |
| zij | krimpen in | krompen in |
Alle 119 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief, voltooid |
| ben ingekrompen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingekrompen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ingekrompen | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid |
| er was ingekrompen | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid |
| er werd ingekrompen | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er wordt ingekrompen | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal ingekrompen worden | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal ingekrompen zijn | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid |
| er zou ingekrompen worden | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid |
| er zou ingekrompen zijn | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| hebben ingekrompen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| in te krimpen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen krimpen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal krimpen | bijzin, toekomende tijd |
| in zou krimpen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden krimpen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt krimpen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen krimpen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen krimpen | bijzin, toekomende tijd |
| in zult krimpen | bijzin, toekomende tijd |
| ingekrompen | verleden tijd, deelwoord |
| ingekrompen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingekrompen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingekrompen te zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingekrompen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingekrompen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingekrompen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingekrompen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingekrompen zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingekrompen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingekrompen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| inkrimp | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inkrimpend | onvoltooid, deelwoord |
| inkrimpt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inkromp | bijzin, verleden tijd |
| inkrompen | bijzin, verleden tijd |
| inkrompt | bijzin, verleden tijd |
| is ingekrompen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingekrompen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| krimp in | gebiedende wijs |
| kromp in | verleden tijd |
| te hebben/zijn ingekrompen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen inkrimpen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingekrompen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingekrompen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingekrompen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingekrompen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingekrompen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingekrompen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingekrompen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingekrompen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingekrompen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingekrompen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingekrompen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingekrompen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingekrompen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingekrompen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ingekrompen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingekrompen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingekrompen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingekrompen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingekrompen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingekrompen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ingekrompen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingekrompen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingekrompen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingekrompen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal inkrimpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal inkrimpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal inkrimpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal inkrimpen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn ingekrompen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn ingekrompen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingekrompen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingekrompen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingekrompen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ingekrompen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingekrompen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingekrompen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingekrompen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingekrompen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingekrompen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou inkrimpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou inkrimpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou inkrimpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou inkrimpen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) inkrimpen in zou(dt) krimpen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingekrompen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingekrompen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingekrompen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingekrompen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingekrompen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingekrompen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden inkrimpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden inkrimpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden inkrimpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden inkrimpen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingekrompen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingekrompen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt inkrimpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt inkrimpen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingekrompen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingekrompen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingekrompen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingekrompen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingekrompen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingekrompen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen inkrimpen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen inkrimpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen inkrimpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen inkrimpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen inkrimpen | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingekrompen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ingekrompen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult inkrimpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult inkrimpen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal inkrimpen in zult/zal krimpen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van in bw en krimpen ww
Woordfamilie van inkrimpen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ingekrompen | voltooid deelwoord | inkrimpen |
| inkrimp | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inkrimpen |
| inkrimpe | with-subordinate-clause | inkrimpen |
| inkrimpend | onvoltooid deelwoord | inkrimpen |
| inkrimpende | woordvorm | inkrimpen |
| inkrimpt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inkrimpen |
| inkromp | subordinate-clause, verleden tijd | inkrimpen |
| inkrompen | subordinate-clause, verleden tijd | inkrimpen |
| krimp in | gebiedende wijs | inkrimpen |
| krimpe in | woordvorm | inkrimpen |
| krimpen in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | inkrimpen |
| krimpt in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | inkrimpen |
| kromp in | verleden tijd | inkrimpen |
| krompen in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | inkrimpen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inkrimpen zijn vastgelegd.