Naar de inhoud

inkorven

in korven doen

inkorven

werkwoord

Betekenis

  1. in korven doen

Vervoeging van inkorven

inkorvenhele werkwoord — korfde inverleden tijd enkelvoud — korfden inverleden tijd meervoud — ingekorfdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik korf in korfde in
jij korft in korfde in
hij, zij, het korft in korfde in
wij korven in korfden in
jullie korven in korfden in
zij korven in korfden in
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingekorfd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingekorfd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingekorfd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingekorfd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingekorfd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingekorfd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingekorfd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingekorfd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingekorfd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingekorfd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingekorfd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingekorfd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingekorfd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingekorfd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingekorfd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingekorfd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te korven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen korven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal korven bijzin, toekomende tijd
in zou korven bijzin, voorwaardelijk
in zouden korven bijzin, voorwaardelijk
in zoudt korven bijzin, voorwaardelijk
in zullen korven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen korven bijzin, toekomende tijd
in zult korven bijzin, toekomende tijd
ingekorfd verleden tijd, deelwoord
ingekorfd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingekorfd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingekorfd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingekorfd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingekorfd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingekorfd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingekorfd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingekorfd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingekorfd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingekorfd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inkorf bijzin, tegenwoordige tijd
inkorfde bijzin, verleden tijd
inkorfden bijzin, verleden tijd
inkorft bijzin, tegenwoordige tijd
inkorvend onvoltooid, deelwoord
is ingekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
korf in gebiedende wijs
korfde in verleden tijd
te hebben ingekorfd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inkorven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingekorfd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingekorfd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingekorfd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingekorfd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingekorfd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingekorfd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingekorfd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingekorfd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingekorfd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingekorfd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingekorfd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingekorfd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingekorfd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingekorfd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingekorfd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingekorfd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingekorfd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingekorfd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingekorfd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingekorfd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ingekorfd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingekorfd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingekorfd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingekorfd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingekorfd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inkorven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inkorven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inkorven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inkorven bijzin, toekomende tijd
zijn ingekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingekorfd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingekorfd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingekorfd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingekorfd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingekorfd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingekorfd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inkorven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inkorven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inkorven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inkorven bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inkorven in zou(dt) korven bijzin, voorwaardelijk
zouden ingekorfd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingekorfd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingekorfd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingekorfd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingekorfd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingekorfd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inkorven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inkorven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inkorven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inkorven bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingekorfd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingekorfd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inkorven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inkorven bijzin, voorwaardelijk
zullen ingekorfd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingekorfd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingekorfd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingekorfd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingekorfd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingekorfd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen inkorven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inkorven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inkorven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inkorven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inkorven bijzin, toekomende tijd
zult ingekorfd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van inkerven

Vervoeging van inkorven

inkorvenhele werkwoord — korfde inverleden tijd enkelvoud — korfden inverleden tijd meervoud — ingekorfdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik korf in korfde in
jij korft in korfde in
hij, zij, het korft in korfde in
wij korven in korfden in
jullie korven in korfden in
zij korven in korfden in
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingekorfd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingekorfd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingekorfd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingekorfd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingekorfd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingekorfd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingekorfd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingekorfd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingekorfd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingekorfd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingekorfd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingekorfd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingekorfd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingekorfd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingekorfd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingekorfd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te korven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen korven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal korven bijzin, toekomende tijd
in zou korven bijzin, voorwaardelijk
in zouden korven bijzin, voorwaardelijk
in zoudt korven bijzin, voorwaardelijk
in zullen korven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen korven bijzin, toekomende tijd
in zult korven bijzin, toekomende tijd
ingekorfd verleden tijd, deelwoord
ingekorfd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingekorfd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingekorfd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingekorfd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingekorfd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingekorfd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingekorfd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingekorfd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingekorfd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingekorfd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inkorf bijzin, tegenwoordige tijd
inkorfde bijzin, verleden tijd
inkorfden bijzin, verleden tijd
inkorft bijzin, tegenwoordige tijd
inkorvend onvoltooid, deelwoord
is ingekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
korf in gebiedende wijs
korfde in verleden tijd
te hebben ingekorfd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inkorven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingekorfd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingekorfd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingekorfd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingekorfd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingekorfd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingekorfd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingekorfd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingekorfd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingekorfd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingekorfd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingekorfd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingekorfd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingekorfd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingekorfd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingekorfd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingekorfd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingekorfd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingekorfd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingekorfd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingekorfd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ingekorfd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingekorfd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingekorfd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingekorfd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingekorfd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inkorven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inkorven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inkorven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inkorven bijzin, toekomende tijd
zijn ingekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingekorfd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingekorfd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingekorfd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingekorfd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingekorfd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingekorfd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inkorven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inkorven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inkorven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inkorven bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inkorven in zou(dt) korven bijzin, voorwaardelijk
zouden ingekorfd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingekorfd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingekorfd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingekorfd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingekorfd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingekorfd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inkorven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inkorven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inkorven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inkorven bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingekorfd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingekorfd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inkorven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inkorven bijzin, voorwaardelijk
zullen ingekorfd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingekorfd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingekorfd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingekorfd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingekorfd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingekorfd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen inkorven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inkorven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inkorven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inkorven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inkorven bijzin, toekomende tijd
zult ingekorfd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van in en korven

Woordfamilie van inkorven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingekorfd voltooid deelwoord inkorven
ingekorfde woordvorm inkorven
inkorfde subordinate-clause, verleden tijd inkorven
inkorfden subordinate-clause, verleden tijd inkorven
inkorft subordinate-clause, tegenwoordige tijd inkorven
inkorve with-subordinate-clause inkorven
inkorvend onvoltooid deelwoord inkorven
inkorvende woordvorm inkorven
korfde in verleden tijd inkorven
korfden in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inkorven
korft in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inkorven
korve in woordvorm inkorven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inkorven zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over inkorven

Wat betekent inkorven?
Inkorven is een werkwoord. Het woord betekent: in korven doen.
Hoe vervoeg je inkorven?
Je vervoegt inkorven als volgt: het voltooid deelwoord is ingekorfd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inkorven is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. K 3
  4. O 1
  5. R 2
  6. V 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inkorven levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. K 3
  4. O 1
  5. R 2
  6. V 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

inkorven in het kort

inkorven staat in dit woordenboek als werkwoord. Van inkorven zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort inkorven bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

inkorven: in korven doen
Deel inkorven — standaardnederlands.nl