inkorven
werkwoordBetekenis
- in korven doen
Vervoeging van inkorven
inkorvenhele werkwoord — korfde inverleden tijd enkelvoud — korfden inverleden tijd meervoud — ingekorfdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | korf in | korfde in |
| jij | korft in | korfde in |
| hij, zij, het | korft in | korfde in |
| wij | korven in | korfden in |
| jullie | korven in | korfden in |
| zij | korven in | korfden in |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ingekorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingekorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ingekorfd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingekorfd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingekorfd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingekorfd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingekorfd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingekorfd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingekorfd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingekorfd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingekorfd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingekorfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingekorfd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingekorfd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingekorfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingekorfd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingekorfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingekorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingekorfd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingekorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingekorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingekorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingekorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingekorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingekorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te korven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen korven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal korven | bijzin, toekomende tijd |
| in zou korven | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden korven | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt korven | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen korven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen korven | bijzin, toekomende tijd |
| in zult korven | bijzin, toekomende tijd |
| ingekorfd | verleden tijd, deelwoord |
| ingekorfd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingekorfd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingekorfd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingekorfd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingekorfd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingekorfd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingekorfd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingekorfd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingekorfd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingekorfd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| inkorf | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inkorfde | bijzin, verleden tijd |
| inkorfden | bijzin, verleden tijd |
| inkorft | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inkorvend | onvoltooid, deelwoord |
| is ingekorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingekorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| korf in | gebiedende wijs |
| korfde in | verleden tijd |
| te hebben ingekorfd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen inkorven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingekorfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingekorfd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingekorfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingekorfd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingekorfd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingekorfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingekorfd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingekorfd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingekorfd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingekorfd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingekorfd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingekorfd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingekorfd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingekorfd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ingekorfd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingekorfd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingekorfd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingekorfd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingekorfd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingekorfd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ingekorfd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingekorfd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingekorfd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ingekorfd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingekorfd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingekorfd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingekorfd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal inkorven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal inkorven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal inkorven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal inkorven | bijzin, toekomende tijd |
| zijn ingekorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingekorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingekorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingekorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ingekorfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingekorfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingekorfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ingekorfd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingekorfd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingekorfd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingekorfd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingekorfd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingekorfd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou inkorven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou inkorven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou inkorven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou inkorven | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) inkorven in zou(dt) korven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingekorfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingekorfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingekorfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingekorfd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingekorfd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingekorfd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingekorfd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingekorfd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingekorfd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden inkorven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden inkorven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden inkorven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden inkorven | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingekorfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingekorfd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingekorfd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt inkorven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt inkorven | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingekorfd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingekorfd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingekorfd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingekorfd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingekorfd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingekorfd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingekorfd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingekorfd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingekorfd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen inkorven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen inkorven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen inkorven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen inkorven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen inkorven | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingekorfd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van inkerven
Vervoeging van inkorven
inkorvenhele werkwoord — korfde inverleden tijd enkelvoud — korfden inverleden tijd meervoud — ingekorfdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | korf in | korfde in |
| jij | korft in | korfde in |
| hij, zij, het | korft in | korfde in |
| wij | korven in | korfden in |
| jullie | korven in | korfden in |
| zij | korven in | korfden in |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ingekorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingekorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ingekorfd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingekorfd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingekorfd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingekorfd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingekorfd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingekorfd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingekorfd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingekorfd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingekorfd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingekorfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingekorfd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingekorfd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingekorfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingekorfd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingekorfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingekorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingekorfd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingekorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingekorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingekorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingekorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingekorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingekorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te korven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen korven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal korven | bijzin, toekomende tijd |
| in zou korven | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden korven | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt korven | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen korven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen korven | bijzin, toekomende tijd |
| in zult korven | bijzin, toekomende tijd |
| ingekorfd | verleden tijd, deelwoord |
| ingekorfd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingekorfd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingekorfd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingekorfd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingekorfd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingekorfd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingekorfd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingekorfd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingekorfd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingekorfd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| inkorf | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inkorfde | bijzin, verleden tijd |
| inkorfden | bijzin, verleden tijd |
| inkorft | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inkorvend | onvoltooid, deelwoord |
| is ingekorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingekorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| korf in | gebiedende wijs |
| korfde in | verleden tijd |
| te hebben ingekorfd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen inkorven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingekorfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingekorfd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingekorfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingekorfd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingekorfd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingekorfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingekorfd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingekorfd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingekorfd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingekorfd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingekorfd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingekorfd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingekorfd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingekorfd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ingekorfd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingekorfd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingekorfd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingekorfd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingekorfd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingekorfd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ingekorfd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingekorfd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingekorfd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ingekorfd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingekorfd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingekorfd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingekorfd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal inkorven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal inkorven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal inkorven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal inkorven | bijzin, toekomende tijd |
| zijn ingekorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingekorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingekorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingekorfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ingekorfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingekorfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingekorfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ingekorfd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingekorfd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingekorfd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingekorfd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingekorfd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingekorfd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou inkorven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou inkorven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou inkorven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou inkorven | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) inkorven in zou(dt) korven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingekorfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingekorfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingekorfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingekorfd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingekorfd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingekorfd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingekorfd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingekorfd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingekorfd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden inkorven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden inkorven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden inkorven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden inkorven | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingekorfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingekorfd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingekorfd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt inkorven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt inkorven | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingekorfd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingekorfd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingekorfd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingekorfd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingekorfd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingekorfd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingekorfd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingekorfd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingekorfd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen inkorven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen inkorven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen inkorven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen inkorven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen inkorven | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingekorfd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van in en korven
Woordfamilie van inkorven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ingekorfd | voltooid deelwoord | inkorven |
| ingekorfde | woordvorm | inkorven |
| inkorfde | subordinate-clause, verleden tijd | inkorven |
| inkorfden | subordinate-clause, verleden tijd | inkorven |
| inkorft | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inkorven |
| inkorve | with-subordinate-clause | inkorven |
| inkorvend | onvoltooid deelwoord | inkorven |
| inkorvende | woordvorm | inkorven |
| korfde in | verleden tijd | inkorven |
| korfden in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | inkorven |
| korft in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | inkorven |
| korve in | woordvorm | inkorven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inkorven zijn vastgelegd.