inkoppen
werkwoordBetekenis
- de bal in het doel koppen
Vervoeging van inkoppen
inkoppenhele werkwoord — kopte inverleden tijd enkelvoud — kopten inverleden tijd meervoud — ingekoptvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kop in | kopte in |
| jij | kopt in | kopte in |
| hij, zij, het | kopt in | kopte in |
| wij | koppen in | kopten in |
| jullie | koppen in | kopten in |
| zij | koppen in | kopten in |
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is ingekopt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingekopt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingekopt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingekopt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingekopt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingekopt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingekopt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingekopt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingekopt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingekopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingekopt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingekopt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingekopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingekopt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingekopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingekopt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingekopt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingekopt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingekopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingekopt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingekopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingekopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingekopt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te koppen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen koppen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal koppen | bijzin, toekomende tijd |
| in zou koppen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden koppen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt koppen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen koppen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen koppen | bijzin, toekomende tijd |
| in zult koppen | bijzin, toekomende tijd |
| ingekopt | verleden tijd, deelwoord |
| ingekopt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingekopt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| inkop | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inkoppend | onvoltooid, deelwoord |
| inkopt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inkopte | bijzin, verleden tijd |
| inkopten | bijzin, verleden tijd |
| kop in | gebiedende wijs |
| kopte in | verleden tijd |
| te hebben ingekopt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen inkoppen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal ingekopt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingekopt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingekopt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal inkoppen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal inkoppen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal inkoppen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal inkoppen | bijzin, toekomende tijd |
| zou ingekopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingekopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingekopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou inkoppen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou inkoppen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou inkoppen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou inkoppen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) inkoppen in zou(dt) koppen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingekopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingekopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingekopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden inkoppen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden inkoppen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden inkoppen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden inkoppen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingekopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt inkoppen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt inkoppen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingekopt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingekopt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingekopt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen inkoppen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen inkoppen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen inkoppen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen inkoppen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen inkoppen | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingekopt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult inkoppen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult inkoppen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal inkoppen in zult/zal koppen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van in en koppen
Woordfamilie van inkoppen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ingekopt | voltooid deelwoord | inkoppen |
| ingekopte | woordvorm | inkoppen |
| inkop | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inkoppen |
| inkoppe | with-subordinate-clause | inkoppen |
| inkoppend | onvoltooid deelwoord | inkoppen |
| inkoppende | woordvorm | inkoppen |
| inkopt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inkoppen |
| inkopte | subordinate-clause, verleden tijd | inkoppen |
| inkopten | subordinate-clause, verleden tijd | inkoppen |
| kop in | gebiedende wijs | inkoppen |
| koppe in | woordvorm | inkoppen |
| koppen in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | inkoppen |
| kopt in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | inkoppen |
| kopte in | verleden tijd | inkoppen |
| kopten in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | inkoppen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inkoppen zijn vastgelegd.