Naar de inhoud

inkoppen

de bal in het doel koppen

inkoppen

werkwoord

Betekenis

  1. de bal in het doel koppen

Vervoeging van inkoppen

inkoppenhele werkwoord — kopte inverleden tijd enkelvoud — kopten inverleden tijd meervoud — ingekoptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kop in kopte in
jij kopt in kopte in
hij, zij, het kopt in kopte in
wij koppen in kopten in
jullie koppen in kopten in
zij koppen in kopten in
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is ingekopt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingekopt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingekopt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingekopt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingekopt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingekopt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingekopt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingekopt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingekopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingekopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingekopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingekopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingekopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingekopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingekopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingekopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingekopt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingekopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingekopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingekopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingekopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingekopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingekopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te koppen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen koppen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal koppen bijzin, toekomende tijd
in zou koppen bijzin, voorwaardelijk
in zouden koppen bijzin, voorwaardelijk
in zoudt koppen bijzin, voorwaardelijk
in zullen koppen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen koppen bijzin, toekomende tijd
in zult koppen bijzin, toekomende tijd
ingekopt verleden tijd, deelwoord
ingekopt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingekopt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inkop bijzin, tegenwoordige tijd
inkoppend onvoltooid, deelwoord
inkopt bijzin, tegenwoordige tijd
inkopte bijzin, verleden tijd
inkopten bijzin, verleden tijd
kop in gebiedende wijs
kopte in verleden tijd
te hebben ingekopt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inkoppen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal ingekopt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingekopt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingekopt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inkoppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inkoppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inkoppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inkoppen bijzin, toekomende tijd
zou ingekopt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingekopt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingekopt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inkoppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inkoppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inkoppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inkoppen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inkoppen in zou(dt) koppen bijzin, voorwaardelijk
zouden ingekopt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingekopt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingekopt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inkoppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inkoppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inkoppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inkoppen bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingekopt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inkoppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inkoppen bijzin, voorwaardelijk
zullen ingekopt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingekopt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingekopt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen inkoppen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inkoppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inkoppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inkoppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inkoppen bijzin, toekomende tijd
zult ingekopt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult inkoppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult inkoppen bijzin, toekomende tijd
zult/zal inkoppen in zult/zal koppen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van in en koppen

Woordfamilie van inkoppen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingekopt voltooid deelwoord inkoppen
ingekopte woordvorm inkoppen
inkop subordinate-clause, tegenwoordige tijd inkoppen
inkoppe with-subordinate-clause inkoppen
inkoppend onvoltooid deelwoord inkoppen
inkoppende woordvorm inkoppen
inkopt subordinate-clause, tegenwoordige tijd inkoppen
inkopte subordinate-clause, verleden tijd inkoppen
inkopten subordinate-clause, verleden tijd inkoppen
kop in gebiedende wijs inkoppen
koppe in woordvorm inkoppen
koppen in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inkoppen
kopt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inkoppen
kopte in verleden tijd inkoppen
kopten in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inkoppen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inkoppen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over inkoppen

Wat is de betekenis van inkoppen?
Inkoppen is een werkwoord. De betekenis is: de bal in het doel koppen.
Hoe vervoeg ik inkoppen?
Zo vervoeg je inkoppen zo: het voltooid deelwoord is ingekopt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inkoppen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. K 3
  4. O 1
  5. P 3
  6. P 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inkoppen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. K 3
  4. O 1
  5. P 4
  6. P 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 zonder bonus
  10. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

inkoppen in het kort

inkoppen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van inkoppen staan er 53 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort inkoppen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

inkoppen: de bal in het doel koppen
Deel inkoppen — standaardnederlands.nl