inklimmen
werkwoordBetekenis
- klauterend betreden
Vervoeging van inklimmen
inklimmenhele werkwoord — klom inverleden tijd enkelvoud — klommen inverleden tijd meervoud — ingeklommenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | klim in | klom in |
| jij | klimt in | klom in |
| hij, zij, het | klimt in | klom in |
| wij | klimmen in | klommen in |
| jullie | klimmen in | klommen in |
| zij | klimmen in | klommen in |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben ingeklommen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingeklommen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| in te klimmen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen klimmen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal klimmen | bijzin, toekomende tijd |
| in zou klimmen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden klimmen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt klimmen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen klimmen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen klimmen | bijzin, toekomende tijd |
| in zult klimmen | bijzin, toekomende tijd |
| ingeklommen | verleden tijd, deelwoord |
| ingeklommen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingeklommen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| inklim | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inklimmend | onvoltooid, deelwoord |
| inklimt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inklom | bijzin, verleden tijd |
| inklommen | bijzin, verleden tijd |
| is ingeklommen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingeklommen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| klim in | gebiedende wijs |
| klom in | verleden tijd |
| te zijn ingeklommen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen inklimmen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingeklommen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingeklommen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingeklommen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingeklommen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingeklommen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingeklommen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingeklommen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal ingeklommen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingeklommen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingeklommen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal inklimmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal inklimmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal inklimmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal inklimmen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn ingeklommen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn ingeklommen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingeklommen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingeklommen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingeklommen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ingeklommen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingeklommen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingeklommen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou inklimmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou inklimmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou inklimmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou inklimmen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) inklimmen in zou(dt) klimmen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingeklommen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingeklommen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingeklommen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden inklimmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden inklimmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden inklimmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden inklimmen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingeklommen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt inklimmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt inklimmen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingeklommen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingeklommen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingeklommen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen inklimmen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen inklimmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen inklimmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen inklimmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen inklimmen | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingeklommen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult inklimmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult inklimmen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal inklimmen in zult/zal klimmen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van in en klimmen
Woordfamilie van inklimmen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ingeklommen | voltooid deelwoord | inklimmen |
| inklim | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inklimmen |
| inklimme | with-subordinate-clause | inklimmen |
| inklimmend | onvoltooid deelwoord | inklimmen |
| inklimmende | woordvorm | inklimmen |
| inklimt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inklimmen |
| inklom | subordinate-clause, verleden tijd | inklimmen |
| inklommen | subordinate-clause, verleden tijd | inklimmen |
| klim in | gebiedende wijs | inklimmen |
| klimme in | woordvorm | inklimmen |
| klimmen in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | inklimmen |
| klimt in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | inklimmen |
| klom in | verleden tijd | inklimmen |
| klommen in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | inklimmen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inklimmen zijn vastgelegd.