inhuldigen
werkwoordBetekenis
- hulde brengen ter gelegenheid van iemands installatie in een bepaalde functie of titel
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van inhuldigen
inhuldigenhele werkwoord — huldigde inverleden tijd enkelvoud — huldigden inverleden tijd meervoud — ingehuldigdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | huldig in | huldigde in |
| jij | huldigt in | huldigde in |
| hij, zij, het | huldigt in | huldigde in |
| wij | huldigen in | huldigden in |
| jullie | huldigen in | huldigden in |
| zij | huldigen in | huldigden in |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ingehuldigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingehuldigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ingehuldigd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingehuldigd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingehuldigd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingehuldigd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingehuldigd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingehuldigd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingehuldigd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingehuldigd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingehuldigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingehuldigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingehuldigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingehuldigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingehuldigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingehuldigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingehuldigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingehuldigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingehuldigd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingehuldigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingehuldigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingehuldigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingehuldigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingehuldigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingehuldigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| huldig in | gebiedende wijs |
| huldigde in | verleden tijd |
| in te huldigen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen huldigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal huldigen | bijzin, toekomende tijd |
| in zou huldigen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden huldigen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt huldigen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen huldigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen huldigen | bijzin, toekomende tijd |
| in zult huldigen | bijzin, toekomende tijd |
| ingehuldigd | verleden tijd, deelwoord |
| ingehuldigd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingehuldigd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingehuldigd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingehuldigd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingehuldigd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingehuldigd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingehuldigd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingehuldigd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingehuldigd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingehuldigd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| inhuldig | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inhuldigde | bijzin, verleden tijd |
| inhuldigden | bijzin, verleden tijd |
| inhuldigend | onvoltooid, deelwoord |
| inhuldigt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| is ingehuldigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingehuldigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben ingehuldigd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen inhuldigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingehuldigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingehuldigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingehuldigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingehuldigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingehuldigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingehuldigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingehuldigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingehuldigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingehuldigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingehuldigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingehuldigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingehuldigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingehuldigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingehuldigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ingehuldigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingehuldigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingehuldigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingehuldigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingehuldigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingehuldigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ingehuldigd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingehuldigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingehuldigd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ingehuldigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingehuldigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingehuldigd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingehuldigd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal inhuldigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal inhuldigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal inhuldigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal inhuldigen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn ingehuldigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingehuldigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingehuldigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingehuldigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ingehuldigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingehuldigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingehuldigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ingehuldigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingehuldigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingehuldigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingehuldigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingehuldigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingehuldigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou inhuldigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou inhuldigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou inhuldigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou inhuldigen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) inhuldigen in zou(dt) huldigen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingehuldigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingehuldigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingehuldigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingehuldigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingehuldigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingehuldigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingehuldigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingehuldigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingehuldigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden inhuldigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden inhuldigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden inhuldigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden inhuldigen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingehuldigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingehuldigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingehuldigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt inhuldigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt inhuldigen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingehuldigd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingehuldigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingehuldigd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingehuldigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingehuldigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingehuldigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingehuldigd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingehuldigd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingehuldigd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen inhuldigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen inhuldigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen inhuldigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen inhuldigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen inhuldigen | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingehuldigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van in bw en huldigen ww
Woordfamilie van inhuldigen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| huldig in | gebiedende wijs | inhuldigen |
| huldigde in | verleden tijd | inhuldigen |
| huldigden in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | inhuldigen |
| huldige in | woordvorm | inhuldigen |
| huldigen in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | inhuldigen |
| huldigt in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | inhuldigen |
| ingehuldigd | voltooid deelwoord | inhuldigen |
| ingehuldigde | woordvorm | inhuldigen |
| inhuldig | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inhuldigen |
| inhuldigde | subordinate-clause, verleden tijd | inhuldigen |
| inhuldigden | subordinate-clause, verleden tijd | inhuldigen |
| inhuldige | with-subordinate-clause | inhuldigen |
| inhuldigend | onvoltooid deelwoord | inhuldigen |
| inhuldigende | woordvorm | inhuldigen |
| inhuldigt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inhuldigen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inhuldigen zijn vastgelegd.