Naar de inhoud

inhouden

een deel van het loon niet uitbetalen om het voor een ander doel te bestemmen

inhouden is meer dan één woord

inhouden

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈɪnhɑudə(n)

Betekenis

  1. een deel van het loon niet uitbetalen om het voor een ander doel te bestemmen
  2. niet uitademen
  3. zijn mening of emoties niet uiten
  4. een niet onmiddellijk duidelijke betekenis hebben

Hoe spreek je inhouden uit?

/ˈɪnhɑudən/

Inhouden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɪnhɑudən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɪ pit
n nek
h hoed
ɑu koud
d dak
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van inhouden

inhoudenhele werkwoord — hield inverleden tijd enkelvoud — hielden inverleden tijd meervoud — ingehoudenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hou in hield in
jij houdt in hield in
hij, zij, het houdt in hield in
wij houden in hielden in
jullie houden in hielden in
zij houden in hielden in
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingehouden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingehouden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingehouden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingehouden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingehouden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingehouden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingehouden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingehouden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingehouden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hield in verleden tijd
hou houd u/je in, houdt je in gebiedende wijs
hou in gebiedende wijs
houd in gebiedende wijs
in te houden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen houden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal houden bijzin, toekomende tijd
in zou houden bijzin, voorwaardelijk
in zouden houden bijzin, voorwaardelijk
in zoudt houden bijzin, voorwaardelijk
in zullen houden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen houden bijzin, toekomende tijd
in zult houden bijzin, toekomende tijd
ingehouden verleden tijd, deelwoord
ingehouden te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingehouden te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingehouden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingehouden te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingehouden te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingehouden worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingehouden zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingehouden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingehouden zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingehouden zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inhield bijzin, verleden tijd
inhielden bijzin, verleden tijd
inhou bijzin, tegenwoordige tijd
inhoud bijzin, tegenwoordige tijd
inhoudend onvoltooid, deelwoord
inhoudt bijzin, tegenwoordige tijd
is ingehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben ingehouden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inhouden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ingehouden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingehouden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingehouden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingehouden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingehouden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inhouden bijzin, toekomende tijd
zal me inhouden eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal zich inhouden derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je inhouden tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich ingehouden hebben verleden tijd
zich inhoudend onvoltooid, deelwoord
zijn ingehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inhouden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inhouden in zou(dt) houden bijzin, voorwaardelijk
zouden ingehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inhouden bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inhouden bijzin, voorwaardelijk
zullen ingehouden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingehouden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingehouden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingehouden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord inhoud

Herkomst

samenstelling van in bw en houden ww

Woordfamilie van inhouden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
hield in verleden tijd inhouden
hielden in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inhouden
hou in gebiedende wijs inhouden
houd in gebiedende wijs inhouden
houde in woordvorm inhouden
houden in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inhouden
houdt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inhouden
ingehouden voltooid deelwoord inhouden
inhield subordinate-clause, verleden tijd inhouden
inhielden subordinate-clause, verleden tijd inhouden
inhou subordinate-clause, tegenwoordige tijd inhouden
inhoude with-subordinate-clause inhouden
inhoudend onvoltooid deelwoord inhouden
inhoudende woordvorm inhouden
inhoudt subordinate-clause, tegenwoordige tijd inhouden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inhouden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over inhouden

Hoe spreek ik inhouden uit?
Zo spreek je inhouden uit: /ˈɪnhɑudə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van inhouden?
Inhouden is een werkwoord. De betekenis is: een deel van het loon niet uitbetalen om het voor een ander doel te bestemmen. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik inhouden?
Zo vervoeg je inhouden zo: het voltooid deelwoord is ingehouden. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inhouden is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. H 4
  4. O 1
  5. U 4
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inhouden levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. H 4
  4. O 1
  5. U 2
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 zonder bonus
  10. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

inhouden in het kort

inhouden is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van inhouden staan er 101 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort inhouden bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

inhouden: een deel van het loon niet uitbetalen om het voor een ander doel te bestemmen
Deel inhouden — standaardnederlands.nl