inhoud
zelfstandig naamwoord, werkwoord /ˈɪnhɑut/Betekenis
- datgene wat bevat is in een ander lichaam
- het product van lengte, breedte en hoogte
- het geheel van handelingen en gedachten vervat in een boek of ander medium
- betekenis van iets
Hoe spreek je inhoud uit?
/ˈɪnhɑut/
Inhoud bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| n | nek |
| h | hoed |
| ɑu | koud |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- afmeting van de hoeveelheid ruimte die een driedimensionaal object of ruimtedeel omvat; het in kubieke eenheden uitgedrukte product van lengte, breedte en hoogte
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| inhouden | meervoud |
| inhoudje | verkleinwoord, enkelvoud |
| inhoudjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van inhouden
Vervoeging van inhoud
inhoudhele werkwoord
Herkomst
Middelnederlands inholt, -houd, inghehout ‘binnenhout van een schip; inhoud van een geschrift’, afleiding van inhouden ‘be-, omvatten’. Evenzo afgeleid zijn Nederduits Inholt, Duits Inhalt en Fries ynhâld.
Woordfamilie van inhoud
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| inhoudje | verkleinwoord | inhoud |
| inhoudjes | verkleinwoord meervoud | inhoud |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inhoud zijn vastgelegd.