ineenkrimpen
werkwoordBetekenis
- zich samentrekken
Vervoeging van ineenkrimpen
ineenkrimpenhele werkwoord — kromp ineenverleden tijd enkelvoud — krompen ineenverleden tijd meervoud — ineengekrompenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | krimp ineen | kromp ineen |
| jij | krimpt ineen | kromp ineen |
| hij, zij, het | krimpt ineen | kromp ineen |
| wij | krimpen ineen | krompen ineen |
| jullie | krimpen ineen | krompen ineen |
| zij | krimpen ineen | krompen ineen |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben ineengekrompen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ineengekrompen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| ineen te krimpen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ineen te zullen krimpen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ineen zal krimpen | bijzin, toekomende tijd |
| ineen zou krimpen | bijzin, voorwaardelijk |
| ineen zouden krimpen | bijzin, voorwaardelijk |
| ineen zoudt krimpen | bijzin, voorwaardelijk |
| ineen zullen krimpen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ineen zullen krimpen | bijzin, toekomende tijd |
| ineen zult krimpen | bijzin, toekomende tijd |
| ineengekrompen | verleden tijd, deelwoord |
| ineengekrompen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ineengekrompen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ineenkrimp | bijzin, tegenwoordige tijd |
| ineenkrimpend | onvoltooid, deelwoord |
| ineenkrimpt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| ineenkromp | bijzin, verleden tijd |
| ineenkrompen | bijzin, verleden tijd |
| is ineengekrompen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ineengekrompen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| krimp ineen | gebiedende wijs |
| kromp ineen | verleden tijd |
| te zijn ineengekrompen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen ineenkrimpen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ineengekrompen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ineengekrompen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ineengekrompen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ineengekrompen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ineengekrompen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ineengekrompen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ineengekrompen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal ineengekrompen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ineengekrompen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ineengekrompen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ineenkrimpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal ineenkrimpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal ineenkrimpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal ineenkrimpen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn ineengekrompen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn ineengekrompen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ineengekrompen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ineengekrompen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ineengekrompen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ineengekrompen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ineengekrompen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ineengekrompen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ineenkrimpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou ineenkrimpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou ineenkrimpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou ineenkrimpen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) ineenkrimpen ineen zou(dt) krimpen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ineengekrompen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ineengekrompen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ineengekrompen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ineenkrimpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ineenkrimpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ineenkrimpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden ineenkrimpen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ineengekrompen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ineenkrimpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt ineenkrimpen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ineengekrompen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ineengekrompen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ineengekrompen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ineenkrimpen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen ineenkrimpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ineenkrimpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ineenkrimpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen ineenkrimpen | bijzin, toekomende tijd |
| zult ineengekrompen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ineenkrimpen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult ineenkrimpen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal ineenkrimpen ineen zult/zal krimpen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van ineen en krimpen
Woordfamilie van ineenkrimpen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ineengekrompen | voltooid deelwoord | ineenkrimpen |
| ineenkrimp | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | ineenkrimpen |
| ineenkrimpe | with-subordinate-clause | ineenkrimpen |
| ineenkrimpend | onvoltooid deelwoord | ineenkrimpen |
| ineenkrimpende | woordvorm | ineenkrimpen |
| ineenkrimpt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | ineenkrimpen |
| ineenkromp | subordinate-clause, verleden tijd | ineenkrimpen |
| ineenkrompen | subordinate-clause, verleden tijd | ineenkrimpen |
| krimp ineen | gebiedende wijs | ineenkrimpen |
| krimpe ineen | woordvorm | ineenkrimpen |
| krimpen ineen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | ineenkrimpen |
| krimpt ineen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | ineenkrimpen |
| kromp ineen | verleden tijd | ineenkrimpen |
| krompen ineen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | ineenkrimpen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ineenkrimpen zijn vastgelegd.