ineenduiken
werkwoordBetekenis
- zichzelf klein maken
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van ineenduiken
ineenduikenhele werkwoord — dook ineenverleden tijd enkelvoud — doken ineenverleden tijd meervoud — ineengedokenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | duik ineen | dook ineen |
| jij | duikt ineen | dook ineen |
| hij, zij, het | duikt ineen | dook ineen |
| wij | duiken ineen | doken ineen |
| jullie | duiken ineen | doken ineen |
| zij | duiken ineen | doken ineen |
Alle 83 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dook ineen | verleden tijd |
| duik ineen | gebiedende wijs |
| er is ineengedoken | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ineengedoken | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ineengedoken | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ineengedoken | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ineengedoken worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ineengedoken zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ineengedoken worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ineengedoken zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ineengedoken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ineengedoken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ineengedoken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ineengedoken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ineengedoken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ineengedoken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ineengedoken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ineengedoken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ineengedoken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ineengedoken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ineengedoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ineengedoken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ineengedoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ineengedoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ineengedoken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| ineen te duiken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ineen te zullen duiken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ineen zal duiken | bijzin, toekomende tijd |
| ineen zou duiken | bijzin, voorwaardelijk |
| ineen zouden duiken | bijzin, voorwaardelijk |
| ineen zoudt duiken | bijzin, voorwaardelijk |
| ineen zullen duiken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ineen zullen duiken | bijzin, toekomende tijd |
| ineen zult duiken | bijzin, toekomende tijd |
| ineendoken | bijzin, verleden tijd |
| ineendook | bijzin, verleden tijd |
| ineendookt | bijzin, verleden tijd |
| ineenduik | bijzin, tegenwoordige tijd |
| ineenduikend | onvoltooid, deelwoord |
| ineenduikt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| ineengedoken | verleden tijd, deelwoord |
| ineengedoken te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ineengedoken zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| te hebben ineengedoken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen ineenduiken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal ineenduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal ineenduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal ineenduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal ineenduiken | bijzin, toekomende tijd |
| zal ineengedoken hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ineengedoken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ineengedoken hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou ineenduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou ineenduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou ineenduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou ineenduiken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou ineengedoken hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ineengedoken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ineengedoken hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) ineenduiken ineen zou(dt) duiken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ineenduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ineenduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ineenduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden ineenduiken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ineengedoken hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ineengedoken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ineengedoken hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt ineenduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt ineenduiken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ineengedoken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen ineenduiken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen ineenduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ineenduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ineenduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen ineenduiken | bijzin, toekomende tijd |
| zullen ineengedoken hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ineengedoken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ineengedoken hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult ineenduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult ineenduiken | bijzin, toekomende tijd |
| zult ineengedoken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal ineenduiken ineen zult/zal duiken | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van ineen en duiken
Woordfamilie van ineenduiken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doken ineen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | ineenduiken |
| dook ineen | verleden tijd | ineenduiken |
| duik ineen | gebiedende wijs | ineenduiken |
| duike ineen | woordvorm | ineenduiken |
| duiken ineen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | ineenduiken |
| duikt ineen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | ineenduiken |
| ineendoken | subordinate-clause, verleden tijd | ineenduiken |
| ineendook | subordinate-clause, verleden tijd | ineenduiken |
| ineenduik | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | ineenduiken |
| ineenduike | with-subordinate-clause | ineenduiken |
| ineenduikend | onvoltooid deelwoord | ineenduiken |
| ineenduikende | woordvorm | ineenduiken |
| ineenduikt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | ineenduiken |
| ineengedoken | voltooid deelwoord | ineenduiken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ineenduiken zijn vastgelegd.