Naar de inhoud

induffelen

zich warm aankleden

induffelen

werkwoord /ˈɪndʏfələ(n)/

Betekenis

  1. zich warm aankleden

Hoe spreek je induffelen uit?

/ˈɪndʏfələn/

Induffelen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɪndʏfələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɪ pit
n nek
d dak
ʏ put
f fiets
ə de
l land
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van induffelen

induffelenhele werkwoord — duffelde inverleden tijd enkelvoud — duffelden inverleden tijd meervoud — ingeduffeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik duffel in duffelde in
jij duffelt in duffelde in
hij, zij, het duffelt in duffelde in
wij duffelen in duffelden in
jullie duffelen in duffelden in
zij duffelen in duffelden in
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingeduffeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingeduffeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
duffel in gebiedende wijs
duffelde in verleden tijd
er is ingeduffeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingeduffeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingeduffeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingeduffeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingeduffeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingeduffeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingeduffeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingeduffeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingeduffeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingeduffeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingeduffeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingeduffeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingeduffeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingeduffeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingeduffeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingeduffeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingeduffeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingeduffeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingeduffeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingeduffeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingeduffeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingeduffeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingeduffeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te duffelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen duffelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal duffelen bijzin, toekomende tijd
in zou duffelen bijzin, voorwaardelijk
in zouden duffelen bijzin, voorwaardelijk
in zoudt duffelen bijzin, voorwaardelijk
in zullen duffelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen duffelen bijzin, toekomende tijd
in zult duffelen bijzin, toekomende tijd
induffel bijzin, tegenwoordige tijd
induffelde bijzin, verleden tijd
induffelden bijzin, verleden tijd
induffelend onvoltooid, deelwoord
induffelt bijzin, tegenwoordige tijd
ingeduffeld verleden tijd, deelwoord
ingeduffeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingeduffeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingeduffeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingeduffeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingeduffeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingeduffeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingeduffeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingeduffeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingeduffeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingeduffeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
is ingeduffeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingeduffeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben ingeduffeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen induffelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingeduffeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingeduffeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingeduffeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingeduffeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingeduffeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingeduffeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingeduffeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingeduffeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingeduffeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingeduffeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingeduffeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingeduffeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingeduffeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingeduffeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingeduffeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingeduffeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingeduffeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingeduffeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingeduffeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingeduffeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal induffelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal induffelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal induffelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal induffelen bijzin, toekomende tijd
zal ingeduffeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingeduffeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingeduffeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingeduffeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingeduffeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingeduffeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingeduffeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn ingeduffeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingeduffeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingeduffeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingeduffeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou induffelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou induffelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou induffelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou induffelen bijzin, voorwaardelijk
zou ingeduffeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingeduffeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingeduffeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingeduffeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingeduffeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingeduffeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingeduffeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingeduffeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingeduffeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) induffelen in zou(dt) duffelen bijzin, voorwaardelijk
zouden induffelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden induffelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden induffelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden induffelen bijzin, voorwaardelijk
zouden ingeduffeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingeduffeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingeduffeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingeduffeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingeduffeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingeduffeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingeduffeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingeduffeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingeduffeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt induffelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt induffelen bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingeduffeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingeduffeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingeduffeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen induffelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen induffelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen induffelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen induffelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen induffelen bijzin, toekomende tijd
zullen ingeduffeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingeduffeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingeduffeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingeduffeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingeduffeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingeduffeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingeduffeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingeduffeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingeduffeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult induffelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van in bw en duffelen ww

Woordfamilie van induffelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
duffel in gebiedende wijs induffelen
duffelde in verleden tijd induffelen
duffelden in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon induffelen
duffele in woordvorm induffelen
duffelen in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon induffelen
duffelt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon induffelen
induffel subordinate-clause, tegenwoordige tijd induffelen
induffelde subordinate-clause, verleden tijd induffelen
induffelden subordinate-clause, verleden tijd induffelen
induffele with-subordinate-clause induffelen
induffelend onvoltooid deelwoord induffelen
induffelende woordvorm induffelen
induffelt subordinate-clause, tegenwoordige tijd induffelen
ingeduffeld voltooid deelwoord induffelen
ingeduffelde woordvorm induffelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van induffelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over induffelen

Hoe spreek ik induffelen uit?
Zo spreek je induffelen uit: /ˈɪndʏfələ(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van induffelen?
Induffelen is een werkwoord. De betekenis is: zich warm aankleden.
Hoe vervoeg ik induffelen?
Zo vervoeg je induffelen zo: het voltooid deelwoord is ingeduffeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord induffelen is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. D 2
  4. U 4
  5. F 4
  6. F 4
  7. E 1
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

induffelen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. D 2
  4. U 2
  5. F 4
  6. F 4
  7. E 1
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 zonder bonus
  12. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

induffelen in het kort

induffelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van induffelen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort induffelen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

induffelen: zich warm aankleden
Deel induffelen — standaardnederlands.nl