Naar de inhoud

induceren

uit een klein aantal gegevens een algemene regel afleiden

induceren

werkwoord

Betekenis

  1. uit een klein aantal gegevens een algemene regel afleiden
  2. (door inductie) opwekken, beïnvloeden

werkwoord

  1. opwekken, beïnvloeden

Vervoeging van induceren

inducerenhele werkwoord — induceerdeverleden tijd enkelvoud — induceerdenverleden tijd meervoud — geïnduceerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik induceer induceerde
jij induceert induceerde
hij, zij, het induceert induceerde
wij induceren induceerden
jullie induceren induceerden
zij induceren induceerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geïnduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geïnduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geïnduceerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geïnduceerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geïnduceerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geïnduceerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geïnduceerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geïnduceerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geïnduceerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geïnduceerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geïnduceerd verleden tijd, deelwoord
geïnduceerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geïnduceerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geïnduceerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïnduceerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïnduceerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïnduceerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geïnduceerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geïnduceerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geïnduceerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geïnduceerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geïnduceerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geïnduceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geïnduceerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geïnduceerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geïnduceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geïnduceerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geïnduceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geïnduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïnduceerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geïnduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïnduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geïnduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geïnduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïnduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïnduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
induceer gebiedende wijs
induceerde verleden tijd
inducere aanvoegende wijs
inducerend onvoltooid, deelwoord
is geïnduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geïnduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben geïnduceerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te induceren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen induceren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geïnduceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geïnduceerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geïnduceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geïnduceerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geïnduceerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geïnduceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geïnduceerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geïnduceerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geïnduceerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geïnduceerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geïnduceerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geïnduceerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geïnduceerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geïnduceerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geïnduceerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geïnduceerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geïnduceerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geïnduceerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geïnduceerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geïnduceerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geïnduceerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïnduceerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geïnduceerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geïnduceerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïnduceerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geïnduceerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïnduceerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal induceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal induceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal induceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geïnduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geïnduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geïnduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geïnduceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geïnduceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïnduceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïnduceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geïnduceerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïnduceerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geïnduceerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïnduceerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïnduceerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïnduceerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou induceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou induceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou induceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geïnduceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïnduceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïnduceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geïnduceerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geïnduceerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geïnduceerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geïnduceerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïnduceerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïnduceerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden induceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden induceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden induceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geïnduceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geïnduceerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geïnduceerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt induceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geïnduceerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïnduceerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïnduceerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geïnduceerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geïnduceerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geïnduceerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geïnduceerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïnduceerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïnduceerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen induceren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen induceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen induceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen induceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geïnduceerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geïnduceerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geïnduceerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult induceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse induire (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van induceren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geïnduceerd voltooid deelwoord induceren
geïnduceerde woordvorm induceren
induceer gebiedende wijs induceren
induceerde verleden tijd induceren
induceerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon induceren
induceert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon induceren
inducere aanvoegende wijs induceren
inducerend onvoltooid deelwoord induceren
inducerende woordvorm induceren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van induceren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over induceren

Wat betekent induceren?
Induceren is een werkwoord. Het woord betekent: uit een klein aantal gegevens een algemene regel afleiden. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je induceren?
Je vervoegt induceren als volgt: de tegenwoordige tijd is induceer, de verleden tijd is induceerde en het voltooid deelwoord is geïnduceerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord induceren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. D 2
  4. U 4
  5. C 5
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

induceren levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. D 2
  4. U 2
  5. C 5
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

induceren in het kort

induceren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van induceren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort induceren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

induceren: uit een klein aantal gegevens een algemene regel afleiden
Deel induceren — standaardnederlands.nl