indruk
zelfstandig naamwoord, werkwoord /ˈɪndrʌk/Betekenis
- de uitwerking van iets op het gemoed of de geest
- een merk dat door indrukking ontstaat
Hoe spreek je indruk uit?
/ˈɪndrʌk/
Indruk bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| n | nek |
| d | dak |
| r | rood |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| indrukje | verkleinwoord, enkelvoud |
| indrukjes | verkleinwoord, meervoud |
| indrukken | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van indrukken
Vervoeging van indruk
indrukhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘uitwerking op de geest’ voor het eerst aangetroffen in 1461
Woordfamilie van indruk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| indrukje | verkleinwoord | indruk |
| indrukjes | verkleinwoord meervoud | indruk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van indruk zijn vastgelegd.