indelen
werkwoord ˈɪndelə(n)Betekenis
- delen van een beschikbare ruimte toewijzen aan iets
Hoe spreek je indelen uit?
/ˈɪndelən/
Indelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| n | nek |
| d | dak |
| e | veel |
| l | land |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van indelen
indelenhele werkwoord — deelde inverleden tijd enkelvoud — deelden inverleden tijd meervoud — ingedeeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | deel in | deelde in |
| jij | deelt in | deelde in |
| hij, zij, het | deelt in | deelde in |
| wij | delen in | deelden in |
| jullie | delen in | deelden in |
| zij | delen in | deelden in |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ingedeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingedeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| deel in | gebiedende wijs |
| deelde in | verleden tijd |
| er is ingedeeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingedeeld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingedeeld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingedeeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingedeeld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingedeeld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingedeeld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingedeeld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingedeeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingedeeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingedeeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingedeeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingedeeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingedeeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingedeeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingedeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingedeeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingedeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingedeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingedeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingedeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingedeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingedeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te delen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen delen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal delen | bijzin, toekomende tijd |
| in zou delen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden delen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt delen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen delen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen delen | bijzin, toekomende tijd |
| in zult delen | bijzin, toekomende tijd |
| indeel | bijzin, tegenwoordige tijd |
| indeelde | bijzin, verleden tijd |
| indeelden | bijzin, verleden tijd |
| indeelt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| indelend | onvoltooid, deelwoord |
| ingedeeld | verleden tijd, deelwoord |
| ingedeeld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingedeeld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingedeeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingedeeld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingedeeld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingedeeld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingedeeld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingedeeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingedeeld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingedeeld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| is ingedeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingedeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben ingedeeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen indelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingedeeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingedeeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingedeeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingedeeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingedeeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingedeeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingedeeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingedeeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingedeeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingedeeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingedeeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingedeeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingedeeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingedeeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ingedeeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingedeeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingedeeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingedeeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingedeeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingedeeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal indelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal indelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal indelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal indelen | bijzin, toekomende tijd |
| zal ingedeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingedeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingedeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ingedeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingedeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingedeeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingedeeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn ingedeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingedeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingedeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingedeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou indelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou indelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou indelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou indelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou ingedeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingedeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingedeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ingedeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingedeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingedeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingedeeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingedeeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingedeeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) indelen in zou(dt) delen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden indelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden indelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden indelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden indelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingedeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingedeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingedeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingedeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingedeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingedeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingedeeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingedeeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingedeeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt indelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt indelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingedeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingedeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingedeeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen indelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen indelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen indelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen indelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen indelen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen ingedeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingedeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingedeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingedeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingedeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingedeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingedeeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingedeeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingedeeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult indelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van in bw en delen ww
Woordfamilie van indelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| deel in | gebiedende wijs | indelen |
| deelde in | verleden tijd | indelen |
| deelden in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | indelen |
| deelt in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | indelen |
| dele in | woordvorm | indelen |
| delen in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | indelen |
| indeel | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | indelen |
| indeelde | subordinate-clause, verleden tijd | indelen |
| indeelden | subordinate-clause, verleden tijd | indelen |
| indeelt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | indelen |
| indele | with-subordinate-clause | indelen |
| indelend | onvoltooid deelwoord | indelen |
| indelende | woordvorm | indelen |
| ingedeeld | voltooid deelwoord | indelen |
| ingedeelde | woordvorm | indelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van indelen zijn vastgelegd.