Naar de inhoud

inchecken

zich aanmelden aan een balie om een instapkaart te krijgen en eventueel bagage af te geven, voor vertrek met een vliegtuig of schip

inchecken

werkwoord ˈɪntʃɛkə(n)

Betekenis

  1. zich aanmelden aan een balie om een instapkaart te krijgen en eventueel bagage af te geven, voor vertrek met een vliegtuig of schip
  2. zich aanmelden bij een informatiesysteem al dan niet met een speciale (OV-chip)-kaart

Hoe spreek je inchecken uit?

/ˈɪntʃɛkən/

Inchecken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɪntʃɛkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɪ pit
n nek
t tak
ʃ sjaal
ɛ bed
k kat
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van inchecken

incheckenhele werkwoord — checkte inverleden tijd enkelvoud — checkten inverleden tijd meervoud — ingechecktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik check in checkte in
jij checkt in checkte in
hij, zij, het checkt in checkte in
wij checken in checkten in
jullie checken in checkten in
zij checken in checkten in
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingecheckt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingecheckt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
check in gebiedende wijs
checkte in verleden tijd
er is ingecheckt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingecheckt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingecheckt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingecheckt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingecheckt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingecheckt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingecheckt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingecheckt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingecheckt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingecheckt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingecheckt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingecheckt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingecheckt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingecheckt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingecheckt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingecheckt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingecheckt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingecheckt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingecheckt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingecheckt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingecheckt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingecheckt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingecheckt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te checken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen checken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal checken bijzin, toekomende tijd
in zou checken bijzin, voorwaardelijk
in zouden checken bijzin, voorwaardelijk
in zoudt checken bijzin, voorwaardelijk
in zullen checken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen checken bijzin, toekomende tijd
in zult checken bijzin, toekomende tijd
incheck bijzin, tegenwoordige tijd
incheckend onvoltooid, deelwoord
incheckt bijzin, tegenwoordige tijd
incheckte bijzin, verleden tijd
incheckten bijzin, verleden tijd
ingecheckt verleden tijd, deelwoord
ingecheckt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingecheckt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingecheckt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingecheckt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingecheckt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingecheckt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingecheckt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingecheckt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingecheckt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingecheckt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
is ingecheckt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingecheckt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben ingecheckt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inchecken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingecheckt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingecheckt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingecheckt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingecheckt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingecheckt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingecheckt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingecheckt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingecheckt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingecheckt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingecheckt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingecheckt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingecheckt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingecheckt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingecheckt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingecheckt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingecheckt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingecheckt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingecheckt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingecheckt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingecheckt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal inchecken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inchecken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inchecken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inchecken bijzin, toekomende tijd
zal ingecheckt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingecheckt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingecheckt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingecheckt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingecheckt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingecheckt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingecheckt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn ingecheckt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingecheckt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingecheckt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingecheckt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou inchecken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inchecken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inchecken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inchecken bijzin, voorwaardelijk
zou ingecheckt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingecheckt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingecheckt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingecheckt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingecheckt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingecheckt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingecheckt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingecheckt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingecheckt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) inchecken in zou(dt) checken bijzin, voorwaardelijk
zouden inchecken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inchecken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inchecken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inchecken bijzin, voorwaardelijk
zouden ingecheckt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingecheckt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingecheckt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingecheckt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingecheckt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingecheckt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingecheckt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingecheckt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingecheckt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt inchecken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inchecken bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingecheckt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingecheckt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingecheckt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen inchecken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inchecken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inchecken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inchecken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inchecken bijzin, toekomende tijd
zullen ingecheckt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingecheckt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingecheckt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingecheckt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingecheckt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingecheckt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingecheckt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingecheckt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingecheckt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult inchecken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Ontleend aan het Engelse check in.

Woordfamilie van inchecken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
check in gebiedende wijs inchecken
checke in woordvorm inchecken
checken in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inchecken
checkt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inchecken
checkte in verleden tijd inchecken
checkten in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inchecken
incheck subordinate-clause, tegenwoordige tijd inchecken
inchecke with-subordinate-clause inchecken
incheckend onvoltooid deelwoord inchecken
incheckende woordvorm inchecken
incheckt subordinate-clause, tegenwoordige tijd inchecken
incheckte subordinate-clause, verleden tijd inchecken
incheckten subordinate-clause, verleden tijd inchecken
ingecheckt voltooid deelwoord inchecken
ingecheckte woordvorm inchecken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inchecken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over inchecken

Hoe spreek ik inchecken uit?
Zo spreek je inchecken uit: /ˈɪntʃɛkə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van inchecken?
Inchecken is een werkwoord. De betekenis is: zich aanmelden aan een balie om een instapkaart te krijgen en eventueel bagage af te geven, voor vertrek met een vliegtuig of schip. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik inchecken?
Zo vervoeg je inchecken zo: het voltooid deelwoord is ingecheckt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inchecken is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. C 5
  4. H 4
  5. E 1
  6. C 5
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inchecken levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. C 5
  4. H 4
  5. E 1
  6. C 5
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 23 zonder bonus
  11. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

inchecken in het kort

inchecken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van inchecken staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort inchecken bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

inchecken: zich aanmelden aan een balie om een instapkaart te krijgen en eventueel bagage af te geven, voor vertrek met een vliegtuig of schip
Deel inchecken — standaardnederlands.nl