inbouwen
werkwoordBetekenis
- een gebouw, terrein, enz. met andere gebouwen omgeven
- in de constructie opnemen.
Vervoeging van inbouwen
inbouwenhele werkwoord — bouwde inverleden tijd enkelvoud — bouwden inverleden tijd meervoud — ingebouwdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bouw in | bouwde in |
| jij | bouwt in | bouwde in |
| hij, zij, het | bouwt in | bouwde in |
| wij | bouwen in | bouwden in |
| jullie | bouwen in | bouwden in |
| zij | bouwen in | bouwden in |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ingebouwd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingebouwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bouw in | gebiedende wijs |
| bouwde in | verleden tijd |
| er is ingebouwd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingebouwd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingebouwd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingebouwd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingebouwd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingebouwd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingebouwd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingebouwd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingebouwd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingebouwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingebouwd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingebouwd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingebouwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingebouwd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingebouwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingebouwd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingebouwd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingebouwd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingebouwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingebouwd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingebouwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingebouwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingebouwd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te bouwen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen bouwen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal bouwen | bijzin, toekomende tijd |
| in zou bouwen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden bouwen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt bouwen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen bouwen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen bouwen | bijzin, toekomende tijd |
| in zult bouwen | bijzin, toekomende tijd |
| inbouw | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inbouwde | bijzin, verleden tijd |
| inbouwden | bijzin, verleden tijd |
| inbouwend | onvoltooid, deelwoord |
| inbouwt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| ingebouwd | verleden tijd, deelwoord |
| ingebouwd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingebouwd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingebouwd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingebouwd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingebouwd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingebouwd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingebouwd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingebouwd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingebouwd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingebouwd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| is ingebouwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingebouwd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben ingebouwd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen inbouwen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingebouwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingebouwd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingebouwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingebouwd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingebouwd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingebouwd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingebouwd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingebouwd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingebouwd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingebouwd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingebouwd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingebouwd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingebouwd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingebouwd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ingebouwd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingebouwd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingebouwd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingebouwd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingebouwd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingebouwd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal inbouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal inbouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal inbouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal inbouwen | bijzin, toekomende tijd |
| zal ingebouwd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingebouwd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingebouwd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ingebouwd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingebouwd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingebouwd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingebouwd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn ingebouwd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingebouwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingebouwd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingebouwd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou inbouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou inbouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou inbouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou inbouwen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou ingebouwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingebouwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingebouwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ingebouwd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingebouwd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingebouwd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingebouwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingebouwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingebouwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) inbouwen in zou(dt) bouwen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden inbouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden inbouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden inbouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden inbouwen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingebouwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingebouwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingebouwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingebouwd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingebouwd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingebouwd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingebouwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingebouwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingebouwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt inbouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt inbouwen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingebouwd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingebouwd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingebouwd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen inbouwen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen inbouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen inbouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen inbouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen inbouwen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen ingebouwd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingebouwd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingebouwd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingebouwd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingebouwd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingebouwd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingebouwd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingebouwd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingebouwd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult inbouwen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van in bw en bouwen ww
Woordfamilie van inbouwen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bouw in | gebiedende wijs | inbouwen |
| bouwde in | verleden tijd | inbouwen |
| bouwden in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | inbouwen |
| bouwe in | woordvorm | inbouwen |
| bouwen in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | inbouwen |
| bouwt in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | inbouwen |
| inbouw | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inbouwen |
| inbouwde | subordinate-clause, verleden tijd | inbouwen |
| inbouwden | subordinate-clause, verleden tijd | inbouwen |
| inbouwe | with-subordinate-clause | inbouwen |
| inbouwend | onvoltooid deelwoord | inbouwen |
| inbouwende | woordvorm | inbouwen |
| inbouwt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inbouwen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inbouwen zijn vastgelegd.