inbouwdoos
zelfstandig naamwoordBetekenis
- installatiedoos die in de muur verzonken zit met de opening naar buiten waarin men schakelaars en stopcontacten kan monteren
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| inbouwdoosje | verkleinwoord, enkelvoud |
| inbouwdoosjes | verkleinwoord, meervoud |
| inbouwdozen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van inbouw ww en doos zn
Woordfamilie van inbouwdoos
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| inbouwdoosje | verkleinwoord | inbouwdoos |
| inbouwdoosjes | verkleinwoord meervoud | inbouwdoos |
| inbouwdozen | meervoud | inbouwdoos |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inbouwdoos zijn vastgelegd.