Naar de inhoud

illumineren

feestelijk verlichten

illumineren

werkwoord

Betekenis

  1. feestelijk verlichten
  2. met ornamenten versieren, illustreren
  3. met doorschijnende kleuren opwerken

Vervoeging van illumineren

illuminerenhele werkwoord — illumineerdeverleden tijd enkelvoud — illumineerdenverleden tijd meervoud — geïllumineerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik illumineer illumineerde
jij illumineert illumineerde
hij, zij, het illumineert illumineerde
wij illumineren illumineerden
jullie illumineren illumineerden
zij illumineren illumineerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geïllumineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geïllumineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geïllumineerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geïllumineerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geïllumineerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geïllumineerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geïllumineerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geïllumineerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geïllumineerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geïllumineerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geïllumineerd verleden tijd, deelwoord
geïllumineerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geïllumineerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geïllumineerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïllumineerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïllumineerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïllumineerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geïllumineerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geïllumineerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geïllumineerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geïllumineerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geïllumineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geïllumineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geïllumineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geïllumineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geïllumineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geïllumineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geïllumineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geïllumineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïllumineerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geïllumineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïllumineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geïllumineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geïllumineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïllumineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïllumineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
illumineer gebiedende wijs
illumineerde verleden tijd
illuminere aanvoegende wijs
illuminerend onvoltooid, deelwoord
is geïllumineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geïllumineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben geïllumineerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te illumineren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen illumineren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geïllumineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geïllumineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geïllumineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geïllumineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geïllumineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geïllumineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geïllumineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geïllumineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geïllumineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geïllumineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geïllumineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geïllumineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geïllumineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geïllumineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geïllumineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geïllumineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geïllumineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geïllumineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geïllumineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geïllumineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geïllumineerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïllumineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geïllumineerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geïllumineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïllumineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geïllumineerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïllumineerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal illumineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal illumineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal illumineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geïllumineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geïllumineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geïllumineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geïllumineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geïllumineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïllumineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïllumineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geïllumineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïllumineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geïllumineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïllumineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïllumineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïllumineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou illumineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou illumineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou illumineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geïllumineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïllumineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïllumineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geïllumineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geïllumineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geïllumineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geïllumineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïllumineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïllumineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden illumineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden illumineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden illumineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geïllumineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geïllumineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geïllumineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt illumineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geïllumineerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïllumineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïllumineerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geïllumineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geïllumineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geïllumineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geïllumineerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïllumineerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïllumineerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen illumineren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen illumineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen illumineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen illumineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geïllumineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geïllumineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geïllumineerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult illumineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verlichten, versieren’ voor het eerst aangetroffen in 1450

Woordfamilie van illumineren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geïllumineerd voltooid deelwoord illumineren
geïllumineerde woordvorm illumineren
illumineer gebiedende wijs illumineren
illumineerde verleden tijd illumineren
illumineerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon illumineren
illumineert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon illumineren
illuminere aanvoegende wijs illumineren
illuminerend onvoltooid deelwoord illumineren
illuminerende woordvorm illumineren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van illumineren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over illumineren

Wat betekent illumineren?
Illumineren is een werkwoord. Het woord betekent: feestelijk verlichten. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je illumineren?
Je vervoegt illumineren als volgt: de tegenwoordige tijd is illumineer, de verleden tijd is illumineerde en het voltooid deelwoord is geïllumineerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord illumineren is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. L 3
  3. L 3
  4. U 4
  5. M 3
  6. I 1
  7. N 1
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

illumineren levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. L 3
  3. L 3
  4. U 2
  5. M 3
  6. I 2
  7. N 1
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 zonder bonus
  13. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

illumineren in het kort

illumineren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van illumineren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort illumineren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

illumineren: feestelijk verlichten
Deel illumineren — standaardnederlands.nl