ijveren
werkwoordBetekenis
- moeite doen om een doel na te streven
Vervoeging van ijveren
ijverenhele werkwoord — ijverdeverleden tijd enkelvoud — ijverdenverleden tijd meervoud — geijverdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | ijver | ijverde |
| jij | ijvert | ijverde |
| hij, zij, het | ijvert | ijverde |
| wij | ijveren | ijverden |
| jullie | ijveren | ijverden |
| zij | ijveren | ijverden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is geijverd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geijverd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geijverd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geijverd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geijverd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geijverd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geijverd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geijverd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geijverd | verleden tijd, deelwoord |
| geijverd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geijverd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geijverd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geijverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geijverd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geijverd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geijverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geijverd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geijverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geijverd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geijverd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geijverd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geijverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geijverd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geijverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geijverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geijverd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| ijver | gebiedende wijs |
| ijverde | verleden tijd |
| ijvere | aanvoegende wijs |
| ijverend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geijverd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te ijveren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen ijveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geijverd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geijverd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geijverd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ijveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal ijveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal ijveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geijverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geijverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geijverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ijveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou ijveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou ijveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geijverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geijverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geijverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ijveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ijveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ijveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geijverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ijveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geijverd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geijverd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geijverd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ijveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen ijveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ijveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ijveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geijverd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ijveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van ijver met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van ijveren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geijverd | voltooid deelwoord | ijveren |
| ijverde | verleden tijd | ijveren |
| ijverden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | ijveren |
| ijvere | aanvoegende wijs | ijveren |
| ijverend | onvoltooid deelwoord | ijveren |
| ijverende | woordvorm | ijveren |
| ijvert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | ijveren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ijveren zijn vastgelegd.