ijver
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- de bereidheid om hard te werken
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ijveren
- gebiedende wijs van ijveren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ijveren
Vervoeging van ijver
ijverhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘toewijding’ voor het eerst aangetroffen in 1542