Naar de inhoud

huiven

een valk een huif opzetten

huiven is meer dan één woord

huiven

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. een valk een huif opzetten

Vervoeging van huiven

huivenhele werkwoord — huifdeverleden tijd enkelvoud — huifdenverleden tijd meervoud — gehuifdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik huif huifde
jij huift huifde
hij, zij, het huift huifde
wij huiven huifden
jullie huiven huifden
zij huiven huifden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gehuifd verleden tijd, deelwoord
gehuifd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehuifd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gehuifd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gehuifd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gehuifd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gehuifd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gehuifd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gehuifd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gehuifd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gehuifd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehuifd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gehuifd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehuifd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gehuifd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gehuifd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehuifd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehuifd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
huif gebiedende wijs
huifde verleden tijd
huive aanvoegende wijs
huivend onvoltooid, deelwoord
te hebben gehuifd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te huiven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen huiven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gehuifd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehuifd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gehuifd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal huiven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal huiven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal huiven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gehuifd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehuifd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehuifd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou huiven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou huiven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou huiven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gehuifd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehuifd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehuifd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden huiven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden huiven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden huiven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gehuifd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt huiven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gehuifd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehuifd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehuifd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen huiven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen huiven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen huiven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen huiven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gehuifd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult huiven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord huif

Woordfamilie van huiven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gehuifd voltooid deelwoord huiven
huifde verleden tijd huiven
huifden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon huiven
huift aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon huiven
huive aanvoegende wijs huiven
huivend onvoltooid deelwoord huiven
huivende woordvorm huiven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van huiven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over huiven

Wat is de betekenis van huiven?
Huiven is een werkwoord. De betekenis is: een valk een huif opzetten.
Hoe vervoeg ik huiven?
Zo vervoeg je huiven zo: de tegenwoordige tijd is huif, de verleden tijd is huifde en het voltooid deelwoord is gehuifd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord huiven is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. U 4
  3. I 1
  4. V 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

huiven levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. U 2
  3. I 2
  4. V 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 14 zonder bonus
  8. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

huiven telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

huiven in het kort

huiven is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van huiven staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort huiven bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

huiven: een valk een huif opzetten
Deel huiven — standaardnederlands.nl