huisvader
zelfstandig naamwoordBetekenis
- vader van een gezin, de heer des huizes, pater familias
- een nette, brave, niet al te avontuurlijke man
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| huisvaders | meervoud |
| huisvadertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| huisvadertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van huis en vader
Woordfamilie van huisvader
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| huisvaders | meervoud | huisvader |
| huisvadertje | verkleinwoord | huisvader |
| huisvadertjes | verkleinwoord meervoud | huisvader |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van huisvader zijn vastgelegd.