hoppen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- tijdens meditatie springen en zweven
- voortdurend naar elders gaan, steeds veranderen
- hop toevoegen bij
Vervoeging van hoppen
hoppenhele werkwoord — hopteverleden tijd enkelvoud — hoptenverleden tijd meervoud — gehoptvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | hop | hopte |
| jij | hopt | hopte |
| hij, zij, het | hopt | hopte |
| wij | hoppen | hopten |
| jullie | hoppen | hopten |
| zij | hoppen | hopten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gehopt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gehopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gehopt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gehopt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gehopt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gehopt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gehopt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gehopt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gehopt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gehopt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gehopt | verleden tijd, deelwoord |
| gehopt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gehopt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gehopt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gehopt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gehopt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gehopt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gehopt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gehopt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gehopt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gehopt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gehopt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gehopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gehopt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gehopt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gehopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gehopt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gehopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gehopt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gehopt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gehopt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gehopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gehopt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gehopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gehopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gehopt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hop | gebiedende wijs |
| hoppe | aanvoegende wijs |
| hoppend | onvoltooid, deelwoord |
| hopte | verleden tijd |
| is gehopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gehopt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gehopt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hoppen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen hoppen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gehopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gehopt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gehopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gehopt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gehopt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gehopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gehopt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gehopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gehopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gehopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gehopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gehopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gehopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gehopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gehopt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gehopt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gehopt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gehopt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gehopt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gehopt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gehopt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gehopt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gehopt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gehopt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gehopt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gehopt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gehopt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal hoppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal hoppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal hoppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gehopt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gehopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gehopt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gehopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gehopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gehopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gehopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gehopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gehopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gehopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gehopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gehopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gehopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou hoppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou hoppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou hoppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gehopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gehopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gehopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gehopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gehopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gehopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gehopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gehopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gehopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden hoppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden hoppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden hoppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gehopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gehopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gehopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt hoppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gehopt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gehopt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gehopt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gehopt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gehopt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gehopt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gehopt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gehopt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gehopt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen hoppen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen hoppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen hoppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen hoppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gehopt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gehopt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gehopt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult hoppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
zelfstandig naamwoord
- Upupidae een familie uit de orde Bucerotiformes, die één geslacht en 3 soorten telt
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord hop
Herkomst
[znw] hop zn met de uitgang -en
Woordfamilie van hoppen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gehopt | voltooid deelwoord | hoppen |
| gehopte | woordvorm | hoppen |
| hoppend | onvoltooid deelwoord | hoppen |
| hoppende | woordvorm | hoppen |
| hopt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | hoppen |
| hopte | verleden tijd | hoppen |
| hopten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | hoppen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hoppen zijn vastgelegd.