hoppe
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈhɔpəBetekenis
- netelachtige plant waarvan de vruchtkegels worden gebruikt bij het maken van bier
- springen
- opspringen, huppelen
- merrie
- hippen, huppelen
- afspringen, de hielen lichten
- opeenhopen, opstapelen
- accumuleren
- afspringen (met parachute)
Hoe spreek je hoppe uit?
/ˈhɔpə/
Hoppe bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɔ | bot |
| p | pak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- netelachtige plant, Humulus lupulus, waarvan de vruchtkegels worden gebruikt bij het maken van bier
zelfstandig naamwoord — masculine
- roodbruine, gekuifde vogel Upupa epops
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
Woordvorm
- aanvoegende wijs van hoppen
Vervoeging van hoppe
hoppehele werkwoord
Herkomst
erfwoord van Middelnederlands hoppe