Naar de inhoud

hippelen

zich met herhaalde sprongetjes voortbewegen

hippelen

werkwoord /ˈhɪpələ(n)/

Betekenis

  1. zich met herhaalde sprongetjes voortbewegen
  2. huppelen

Hoe spreek je hippelen uit?

/ˈhɪpələn/

Hippelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈhɪpələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
h hoed
ɪ pit
p pak
ə de
l land
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van hippelen

hippelenhele werkwoord — hippeldeverleden tijd enkelvoud — hippeldenverleden tijd meervoud — gehippeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hippel hippelde
jij hippelt hippelde
hij, zij, het hippelt hippelde
wij hippelen hippelden
jullie hippelen hippelden
zij hippelen hippelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gehippeld verleden tijd, deelwoord
gehippeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehippeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gehippeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gehippeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gehippeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gehippeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gehippeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gehippeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gehippeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gehippeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehippeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gehippeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehippeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gehippeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gehippeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehippeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehippeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hippel gebiedende wijs
hippelde verleden tijd
hippele aanvoegende wijs
hippelend onvoltooid, deelwoord
te hebben gehippeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hippelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen hippelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gehippeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehippeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gehippeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal hippelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal hippelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal hippelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gehippeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehippeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehippeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou hippelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou hippelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou hippelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gehippeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehippeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehippeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden hippelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden hippelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden hippelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gehippeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt hippelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gehippeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehippeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehippeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen hippelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen hippelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen hippelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen hippelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gehippeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult hippelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

van het Middelnederlands hippelen; kan worden gezien als frequentatief gevormd uit hippen met het achtervoegsel -el

Woordfamilie van hippelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gehippeld voltooid deelwoord hippelen
hippel gebiedende wijs hippelen
hippelde verleden tijd hippelen
hippelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon hippelen
hippele aanvoegende wijs hippelen
hippelend onvoltooid deelwoord hippelen
hippelende woordvorm hippelen
hippelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon hippelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hippelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over hippelen

Hoe spreek ik hippelen uit?
Zo spreek je hippelen uit: /ˈhɪpələ(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van hippelen?
Hippelen is een werkwoord. De betekenis is: zich met herhaalde sprongetjes voortbewegen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik hippelen?
Zo vervoeg je hippelen zo: de tegenwoordige tijd is hippel, de verleden tijd is hippelde en het voltooid deelwoord is gehippeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord hippelen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. I 1
  3. P 3
  4. P 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

hippelen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. I 2
  3. P 4
  4. P 4
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 20 zonder bonus
  10. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

hippelen in het kort

hippelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van hippelen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort hippelen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

hippelen: zich met herhaalde sprongetjes voortbewegen
Deel hippelen — standaardnederlands.nl