hevelen
werkwoord /'ɦevələ(n)/Betekenis
- gist of zuurdeeg toevoegen, bijv. aan deeg
- het overbrengen van een vloeistof vanuit een hoger gelegen vat naar een lager door een geheel gevulde buis of slang (de hevel)
Hoe spreek je hevelen uit?
/ˈhevələn/
Hevelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| e | veel |
| v | vis |
| ə | de |
| l | land |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van hevelen
hevelenhele werkwoord — heveldeverleden tijd enkelvoud — heveldenverleden tijd meervoud — geheveldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | hevel | hevelde |
| jij | hevelt | hevelde |
| hij, zij, het | hevelt | hevelde |
| wij | hevelen | hevelden |
| jullie | hevelen | hevelden |
| zij | hevelen | hevelden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geheveld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geheveld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geheveld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geheveld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geheveld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geheveld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geheveld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geheveld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geheveld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geheveld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geheveld | verleden tijd, deelwoord |
| geheveld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geheveld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geheveld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geheveld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geheveld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geheveld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geheveld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geheveld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geheveld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geheveld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geheveld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geheveld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geheveld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geheveld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geheveld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geheveld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geheveld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geheveld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geheveld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geheveld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geheveld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geheveld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geheveld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geheveld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geheveld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hevel | gebiedende wijs |
| hevelde | verleden tijd |
| hevele | aanvoegende wijs |
| hevelend | onvoltooid, deelwoord |
| is geheveld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geheveld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben geheveld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hevelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen hevelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geheveld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geheveld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geheveld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geheveld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geheveld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geheveld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geheveld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geheveld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geheveld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geheveld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geheveld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geheveld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geheveld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geheveld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geheveld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geheveld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geheveld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geheveld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geheveld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geheveld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geheveld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geheveld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geheveld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geheveld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geheveld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geheveld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geheveld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal hevelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal hevelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal hevelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geheveld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geheveld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geheveld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geheveld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geheveld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geheveld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geheveld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geheveld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geheveld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geheveld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geheveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geheveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geheveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou hevelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou hevelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou hevelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geheveld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geheveld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geheveld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geheveld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geheveld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geheveld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geheveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geheveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geheveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden hevelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden hevelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden hevelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geheveld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geheveld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geheveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt hevelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geheveld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geheveld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geheveld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geheveld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geheveld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geheveld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geheveld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geheveld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geheveld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen hevelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen hevelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen hevelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen hevelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geheveld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geheveld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geheveld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult hevelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
[1] Van hevel: gist of zuurdeeg
Woordfamilie van hevelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geheveld | voltooid deelwoord | hevelen |
| gehevelde | woordvorm | hevelen |
| hevelde | verleden tijd | hevelen |
| hevelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | hevelen |
| hevele | aanvoegende wijs | hevelen |
| hevelend | onvoltooid deelwoord | hevelen |
| hevelende | woordvorm | hevelen |
| hevelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | hevelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hevelen zijn vastgelegd.