Naar de inhoud

heruitzenden

een televisieprogamma opnieuw uitzenden

heruitzenden

werkwoord

Betekenis

  1. een televisieprogamma opnieuw uitzenden
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van heruitzenden

heruitzendenhele werkwoord — heruitgezondenvoltooid deelwoord

Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
(bijzin) heruitzond verleden tijd
(zond heruit) verleden tijd
- impersonal, passief
ben heruitgezonden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent heruitgezonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is heruitgezonden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was heruitgezonden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd heruitgezonden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt heruitgezonden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal heruitgezonden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal heruitgezonden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou heruitgezonden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou heruitgezonden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had heruitgezonden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had heruitgezonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had heruitgezonden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden heruitgezonden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden heruitgezonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden heruitgezonden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt heruitgezonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb heruitgezonden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben heruitgezonden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben heruitgezonden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben heruitgezonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben heruitgezonden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt heruitgezonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft heruitgezonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft heruitgezonden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
heruitgezonden verleden tijd, deelwoord
heruitgezonden te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
heruitgezonden te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
heruitgezonden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
heruitgezonden te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
heruitgezonden te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
heruitgezonden worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
heruitgezonden zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
heruitgezonden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
heruitgezonden zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
heruitgezonden zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
heruitzendend onvoltooid, deelwoord
is heruitgezonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is heruitgezonden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben heruitgezonden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te heruitzenden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen heruitzenden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart heruitgezonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren heruitgezonden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren heruitgezonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren heruitgezonden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was heruitgezonden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was heruitgezonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was heruitgezonden voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd heruitgezonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd heruitgezonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd heruitgezonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden heruitgezonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden heruitgezonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden heruitgezonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt heruitgezonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word heruitgezonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden heruitgezonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden heruitgezonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden heruitgezonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt heruitgezonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt heruitgezonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal heruitgezonden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal heruitgezonden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal heruitgezonden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal heruitgezonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal heruitgezonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal heruitgezonden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal heruitgezonden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal heruitzenden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal heruitzenden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal heruitzenden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn heruitgezonden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn heruitgezonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn heruitgezonden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt heruitgezonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zond opnieuw uit verleden tijd
zou heruitgezonden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou heruitgezonden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou heruitgezonden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou heruitgezonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou heruitgezonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou heruitgezonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou heruitgezonden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou heruitgezonden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou heruitgezonden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou heruitzenden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou heruitzenden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou heruitzenden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden heruitgezonden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden heruitgezonden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden heruitgezonden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden heruitgezonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden heruitgezonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden heruitgezonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden heruitgezonden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden heruitgezonden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden heruitgezonden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden heruitzenden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden heruitzenden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden heruitzenden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt heruitgezonden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt heruitgezonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt heruitgezonden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt heruitzenden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen heruitgezonden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen heruitgezonden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen heruitgezonden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen heruitgezonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen heruitgezonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen heruitgezonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen heruitgezonden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen heruitgezonden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen heruitgezonden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen heruitzenden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen heruitzenden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen heruitzenden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen heruitzenden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult heruitgezonden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult heruitgezonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult heruitgezonden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult heruitzenden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van uitzenden met het voorvoegsel her-.

Woordfamilie van heruitzenden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
heruitgezonden voltooid deelwoord heruitzenden
heruitzend with-subordinate-clause heruitzenden
heruitzende woordvorm heruitzenden
heruitzendend onvoltooid deelwoord heruitzenden
heruitzendende woordvorm heruitzenden
heruitzendt with-subordinate-clause heruitzenden
heruitzond with-subordinate-clause heruitzenden
heruitzonden with-subordinate-clause heruitzenden
zend heruit woordvorm heruitzenden
zenden heruit woordvorm heruitzenden
zendt heruit woordvorm heruitzenden
zond heruit woordvorm heruitzenden
zonden heruit woordvorm heruitzenden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van heruitzenden zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over heruitzenden

Wat is de betekenis van heruitzenden?
Heruitzenden is een werkwoord. De betekenis is: een televisieprogamma opnieuw uitzenden. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik heruitzenden?
Zo vervoeg je heruitzenden zo: het voltooid deelwoord is heruitgezonden. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord heruitzenden is 24 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. U 4
  5. I 1
  6. T 2
  7. Z 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. D 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 24 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

heruitzenden levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. U 2
  5. I 2
  6. T 2
  7. Z 5
  8. E 1
  9. N 1
  10. D 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 24 zonder bonus
  14. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

heruitzenden in het kort

heruitzenden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van heruitzenden staan er 73 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort heruitzenden bij een woordfamilie van 13 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

heruitzenden: een televisieprogamma opnieuw uitzenden
Deel heruitzenden — standaardnederlands.nl