herstarten
werkwoordBetekenis
- opnieuw in beweging zetten
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van herstarten
herstartenhele werkwoord — herstartteverleden tijd enkelvoud — herstarttenverleden tijd meervoud — herstartvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | herstart | herstartte |
| jij | herstart | herstartte |
| hij, zij, het | herstart | herstartte |
| wij | herstarten | herstartten |
| jullie | herstarten | herstartten |
| zij | herstarten | herstartten |
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| er is herstart | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was herstart | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd herstart | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt herstart | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal herstart worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal herstart zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou herstart worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou herstart zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had herstart | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had herstart | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had herstart | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden herstart | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden herstart | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden herstart | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt herstart | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb herstart | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben herstart | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben herstart | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben herstart | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben herstart | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt herstart | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft herstart | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft herstart | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| herstart | gebiedende wijs |
| herstart | verleden tijd, deelwoord |
| herstart te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| herstart te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| herstart te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| herstart te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| herstart te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| herstart worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| herstart zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| herstart zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| herstart zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| herstart zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| herstarte | aanvoegende wijs |
| herstartend | onvoltooid, deelwoord |
| herstartte | verleden tijd |
| is herstart | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben herstart | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te herstarten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen herstarten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waren herstart | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was herstart | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd herstart | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden herstart | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden herstart | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt herstart | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal herstart hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal herstart hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal herstart hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal herstart worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal herstart zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal herstarten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal herstarten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal herstarten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn herstart | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou herstart hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou herstart hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou herstart hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou herstart worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou herstart zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou herstarten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou herstarten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou herstarten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden herstart hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden herstart hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden herstart hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herstart worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herstart zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herstarten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden herstarten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden herstarten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt herstart hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt herstarten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen herstart hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen herstart hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen herstart hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen herstart worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen herstart zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen herstarten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen herstarten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen herstarten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen herstarten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult herstart hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult herstarten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van starten met het voorvoegsel her-
Woordfamilie van herstarten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| herstarte | aanvoegende wijs | herstarten |
| herstartend | onvoltooid deelwoord | herstarten |
| herstartende | woordvorm | herstarten |
| herstartte | verleden tijd | herstarten |
| herstartten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | herstarten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van herstarten zijn vastgelegd.