herstel
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een terugkeer naar een vorige toestand
- iets weer in een goede toestand terugbrengen
- een vergoeding voor leed
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van herstellen
- gebiedende wijs van herstellen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van herstellen
Vervoeging van herstel
herstelhele werkwoord